Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
AMS 17/3368, AMS 17/3371, AMS 17/3373,
AMS 17/3376, AMS 17/3378 AMS 17/3379,
AMS 17/3380, AMS 17/3381, AMS 17/3382,
AMS 17/3383, AMS 17/3384, AMS 17/3718,
AMS 17/3719, AMS 17/3720, AMS 17/3721
en AMS 17/3722
1.Inleiding
2.Het geding in feitelijke instantie
3.Het geding in cassatie
4.Wet- en regelgeving en jurisprudentie
,wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
W.J.N.M. Snoijink) oordeelde de Hoge Raad dat als de naheffingsaanslag is opgelegd aan de leasemaatschappij, niet alleen die leasemaatschappij maar ook degene die feitelijk parkeerde bezwaar kan maken. A BV heeft echter niet feitelijk geparkeerd, en heeft - naar moet worden aangenomen - ook niet het kenteken op haar naam staan. Hoe zij uit eigen naam bezwaar zou kunnen maken tegen de naheffingsaanslag is mij niet duidelijk.
.
5.Beoordeling van de klachten
bestuursorgaan‘het bezwaarschrift en alle verder op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan het horen gedurende ten minste een week voor belanghebbenden ter inzage’. [39] Op grond van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb zendt het bestuursorgaan binnen vier weken na de dag van verzending van het beroepschrift ‘de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en dient het een verweerschrift in’. [40]
indienervan een beroepschrift geen (wettelijke) plicht bestaat om een litigieus besluit of het bezwaarschrift te sturen aan de rechtbank. Zo staat in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb, slechts dat bij het beroepschrift ‘zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, [wordt] overgelegd’. [41]
feitelijke parkeerderwas, hoe dan ook bevoegd om bezwaar in te stellen. In dit kader mag het mijns inziens niet uitmaken of belanghebbende pro se, als natuurlijk persoon, bezwaar heeft ingesteld, dan wel, als enig bestuurder van [X2] B.V., namens deze rechtspersoon, aangezien feitelijk handelen van de bestuurder van een rechtspersoon aan deze kan worden toegerekend.
17 december 2010 wordt met ‘indiener’ van een beroep bedoeld ‘degene die voor zichzelf beroep instelt, respectievelijk namens wie beroep wordt ingesteld’. [53]
kaneen bestuursrechter van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen, zoals de Rechtbank in casu heeft gedaan. [55]
alleenin de machtiging daaraan toegevoegd ‘h.o.d.n. [X2] B.V.’.
namens[X2] B.V. zich tot de gemachtigde heeft gewend om beroep in te stellen. [56] Met andere woorden: dat sprake is van vertegenwoordiging door [X1] van [X2] B.V.
namenseen rechtspersoon, [X2] B.V., dient te worden verstaan. Die term is daarvoor mijns inziens juridisch niet geschikt.