ECLI:NL:PHR:2018:1305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep bij onherroepelijke teruggavebeslissing graafmachine
In deze zaak ging het om een graafmachine die in beslag was genomen op grond van art. 94 Sv Pro vanwege verdenking van verduistering. Klager had de graafmachine gehuurd van een verhuurbedrijf dat failliet was gegaan. Na een veroordeling in eerste aanleg werd klager in hoger beroep vrijgesproken van verduistering. Klager diende een klaagschrift in tot opheffing van het beslag en teruggave van de graafmachine aan hem.
Het hof verklaarde het klaagschrift van klager ongegrond maar gaf in een aparte beschikking wel teruggave van de graafmachine aan het verhuurbedrijf, dat ook een klaagschrift had ingediend. Deze beschikking is onherroepelijk geworden. De Hoge Raad oordeelde dat klager daardoor geen belang meer had bij vernietiging van de beschikking die zijn klaagschrift ongegrond verklaarde, omdat het beslag feitelijk was beëindigd.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk. Tevens benadrukte de Hoge Raad dat het wenselijk is dat bij meerdere klaagschriften over hetzelfde voorwerp deze worden gevoegd en in één beschikking worden beoordeeld om een evenwichtige en doelmatige afdoening te bevorderen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het beslag op de graafmachine reeds is beëindigd door een onherroepelijke beschikking tot teruggave aan een ander.