Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
Op 9 september 2015 werd verdachte samen met anderen aangehouden in het pand De Vloek aan de Hellingweg 127 te Den Haag, waar zij wederrechtelijk verbleven nadat de gemeente als rechthebbende het gebruik van het pand had beëindigd. Tevens pleegden zij openlijk geweld tegen politieambtenaren en politievoertuigen tijdens de ontruiming.
Het gerechtshof Den Haag veroordeelde verdachte voor medeplegen van kraken op grond van art. 138a Sr en openlijke geweldpleging op grond van art. 141 Sr Pro tot een gevangenisstraf van veertien dagen en een voorwaardelijke geldboete.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het gebruik van het pand niet was beëindigd omdat het feitelijk gebruik voortduurde na opzegging van de bruikleenovereenkomst. De Hoge Raad verwierp dit verweer en bevestigde dat het rechtmatig gebruik door de rechthebbende was beëindigd met de opzegging van de bruikleenovereenkomst, ongeacht het feitelijke gebruik.
De Hoge Raad benadrukte dat het wederrechtelijk vertoeven in een pand waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd strafbaar is en dat het hof het verweer van verdachte terecht heeft verworpen. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen kraken en openlijke geweldpleging blijft in stand.