Conclusie
middel
Parket bij de Hoge Raad
Op 9 september 2015 werd verdachte samen met anderen aangehouden in het pand De Vloek aan de Hellingweg 127 te Den Haag, waar zij wederrechtelijk verbleven nadat de bruikleenovereenkomst door de gemeente was opgezegd. Daarnaast pleegden zij openlijk geweld tegen politieambtenaren en politievoertuigen door het gooien van verfbommen.
Het gerechtshof Den Haag veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van veertien dagen en een geheel voorwaardelijke geldboete van €500 met een proeftijd van twee jaar. Het hof oordeelde dat het gebruik van het pand door de rechthebbende (de gemeente) was beëindigd en dat verdachte wederrechtelijk in het pand verbleef zonder toestemming of rechtmatige titel.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van beëindigd gebruik, omdat het feitelijk gebruik van het pand pas na daadwerkelijke ontruiming zou zijn geëindigd. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het beëindigen van het gebruik afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, waarbij het feitelijk gebruik beslissend is. De Hoge Raad vond geen grond om het arrest van het hof te vernietigen en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen kraken en openlijke geweldpleging.