ECLI:NL:PHR:2018:1351
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatie in zaak medeplegen kraken en openlijke geweldpleging
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor medeplegen van kraken en openlijke geweldpleging op 9 september 2015 te ’s-Gravenhage. Het hof legde een gevangenisstraf van veertien dagen met aftrek en een geheel voorwaardelijke geldboete van €500 op met een proeftijd van twee jaar.
Het cassatieberoep richtte zich tegen meerdere punten, waaronder de uitleg van het delictsbestanddeel 'waarvan het gebruik door de rechthebbende is beëindigd', de toepassing van het begrip 'wederrechtelijk vertoeven', de bewijswaardering omtrent de aanhouding en natte kleding van de verdachte, het oordeel over het verzoek tot het horen van een getuige en de mogelijke persoonsverwisseling.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie evident falen. De klachten over de uitleg van art. 138a Sr en het begrip rechthebbende zijn ongegrond. Ook de bewijswaardering en de afwijzing van het getuigenverzoek zijn niet onbegrijpelijk of onrechtmatig. Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van art. 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de veroordeling van het hof blijft in stand.