Conclusie
1.De feiten
Antilliaanse Beschermingsconstructie.
Antilliaanse Beschermingsconstructie.Boskalis heeft Fugro uitgenodigd om op dit punt met elkaar in overleg te treden.
2.Het procesverloop
ter stemmingop de agenda van de algemene vergadering van aandeelhouders te plaatsen.
informele stemming, met het karakter van een motie), hetgeen volgens haar toelaatbaar is. Het hof volgt Boskalis niet in dit betoog. Het aldus door Boskalis bepleite recht op agendering volgt niet uit artikel 2:114a BW, terwijl gesteld noch gebleken is dat de statuten van Fugro daar wel in voorzien. Dat het hier gaat om een aanbeveling tot ontmanteling van de Antilliaanse Beschermingsconstructie (die volgens Boskalis de
governancevan de onderneming betreft en niet
de strategie in eigenlijke zin; markten, productie, contracten, business model) leidt niet tot een ander oordeel. Feit blijft dat de algemene vergadering van Fugro niet bevoegd is om te besluiten over de ontmanteling van de Antilliaanse Beschermingsconstructie en daarom over dat onderwerp geen stemming op de agenda kan afdwingen. Dit wordt niet anders doordat het stemresultaat met betrekking tot een dergelijke “aanbeveling” - die hier overigens eerder het karakter van een instructie heeft - formeel niet bindend is en dat, zoals Boskalis stelt, het agenderen als bespreekpunt niet zinvol is om reden dat bij iedere beursvennootschap geldt dat het overgrote deel van het geplaatste kapitaal niet fysiek ter vergadering aanwezig is, en daarom op basis van een te agenderen stempunt voorafgaand aan de vergadering op afstand of via een gevolmachtigde zijn stem moet kunnen uitbrengen.
ongeclausuleerd agendarecht” toekomt.
Recht om punten op de agenda van de algemene vergadering te plaatsen en ontwerpresoluties in te dienen
het verzoek” wordt vervangen door: “
het met redenen omklede verzoek of een voorstel voor een besluit”.
4. Recht om punten op de agenda van de algemene vergadering te plaatsen en ontwerpresoluties in te dienen” door de Minister de volgende antwoorden gegeven (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31 746, nr 7, blz. 12):
Het recht om de agendering van een onderwerp te verzoeken is niet nieuw. Dit recht is reeds in artikel 2:114a BW opgenomen en omvat zowel de in de richtlijn genoemde agendering van «punten» als «ontwerpbesluiten» (vgl. artikel 6 lid 1 van Pro de richtlijn).
Deze wijziging van het agenderingsrecht brengt geen wijziging van de bevoegdheidsverdeling tussen de algemene vergadering en het bestuur mee. Wanneer de aandeelhoudersvergadering niet bevoegd is om over een onderwerp te besluiten, zal dit onderwerp niet in stemming worden gebracht door de voorzitter.
3.De bespreking van het belang van Boskalis bij haar cassatieberoep
Antilliaanse Beschermingsconstructieals stempunt heeft geweigerd.
4.De bespreking van de cassatiemiddelen
grote uitzonderingeen rechtvaardiging voor de weigering van een agendapunt. Zou zo’n geval zich voordoen, dan kan toetsing aan de norm van de redelijkheid en billijkheid (vgl. artikel 2:8 BW Pro) plaats vinden.” [43]
checks and balancesbinnen de vennootschap, wenselijk dat slechts aandeelhouders die ten minste 3% van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen dat recht (gezamenlijk) kunnen uitoefenen. De grens van 3% is in internationaal verband niet opmerkelijk. De regeling laat onverlet dat NV’s zelf kunnen kiezen voor een lagere drempel in hun statuten. Of vennootschappen van deze mogelijkheid gebruik maken, is aan hen. Het kabinet meent dat aandeelhouders, ook na de verhoging van de drempel van het agenderingsrecht, voldoende invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken binnen de vennootschap, niet alleen via het agenderingsrecht, maar ook via de andere aan hun toekomende bevoegdheden. Het kabinet meent derhalve dat de checks and balances in de vennootschap ook na de aanpassing van het agenderingsrecht op orde zijn.” [53]
Antilliaanse Beschermingsconstructieniet op de agenda van de aandeelhoudersvergadering werd geplaatst. Niettemin is tussen partijen in deze zaak niet in discussie dat de
Antilliaanse Beschermingsconstructieeen onderwerp betreft dat op grond van artikel 2:114a lid 1 BW is opgenomen in de agenda van een algemene vergadering. Daarbij is ook niet betwist dat voortzetting of afschaffing van die constructie behoort tot de bevoegdheid van het bestuur. Waar het in deze zaak om gaat is of de agenderingsbevoegde aandeelhouder een stemming over een dergelijk op de agenda geplaatst onderwerp kan afdwingen en of er een verplichting bestaat om bij vermelding van het onderwerp in de agenda kenbaar te maken dat over het onderwerp zal worden gestemd. Dat vertaalt zich in de vraag hoe het desbetreffende onderwerp op de algemene vergadering moet worden behandeld en hoe die behandeling in de formulering van het agendapunt tot uitdrukking dient te komen.
behandelingis verzocht. Dat dat onderwerp op grond van artikel 2:114a lid 1 BW in de oproeping wordt opgenomen op het met redenen omklede verzoek van de aandeelhouder of diens voorstel voor een besluit, betekent – anders dan Boskalis stelt [57] – mijns inziens niet dat de door de aandeelhouder aangeleverde tekst van dat verzoek of dat voorstel voor een besluit als letterlijke formulering van het onderwerp in de agenda zonder meer moet worden opgenomen. [58]
de algemene vergadering voorafin zijn besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is.
Stcrt.27 december 2004, nr. 250, p. 35, verder: de code-Tabaksblat), in het bijzonder de principes II en IV, welke rechtsovertuiging mede inhoud geeft aan
Antilliaanse Beschermingsconstructieof een aanbeveling daartoe. [77] Alle hier genoemde varianten vallen mijns inziens onder het begrip consultatie. Dat het voorstel van de aandeelhouder in de vorm van een
standpuntminder ingrijpend en verstrekkend is geformuleerd dan een
beslissing, of dat het slechts om een voorstel voor een
aanbevelinggaat, rechtvaardigt geen andere benadering. [78] In alle mogelijke gedaanten heeft het aannemen van het voorstel door de algemene vergadering geen rechtsgevolg, terwijl telkens de achterliggende intentie van een stemming op de algemene vergadering dezelfde is, te weten het forceren van door de aandeelhouder gewenst handelen van het bestuur voor een op het bevoegdheidsterrein van het bestuur gelegen onderwerp.
ter vergaderinggedaan verzoek tot peiling van de standpunten van aandeelhouders. Het in stemming brengen van een motie is dan een stemming door aandeelhouders om die standpunten te peilen. [81]
aandeelhoudersen de consultatie van
de algemene vergaderingop hetzelfde neerkomen, wordt geïllustreerd door de HBG-zaak. Daarin had het bestuur van HBG het voornemen tot het aangaan van een samenwerking met Ballast Nedam. In die zaak is als feit aangenomen
algemene vergaderingof een peiling van standpunten van
aandeelhouders. De inkleding van de stemming moet niet leidend zijn, maar het daarmee beoogde doel. Of het nu een aanbeveling van de algemene vergadering is of van de meerderheid van de daar aanwezige en vertegenwoordigde individuele aandeelhouders, de achterliggende intentie is steeds dezelfde, te weten het forceren van door een aantal aandeelhouders gewenst handelen van het bestuur voor op het bevoegdheidsterrein van het bestuur gelegen onderwerpen.
bespreekpuntwaarover de mening van de aandeelhouders of de algemene vergadering ter vergadering door middel van een stemming wordt gepeild
iseen vorm van consultatie die met gebruik van het agenderingsrecht wordt bewerkstelligd. Dat wordt niet anders door het in de agenda als
bespreekpuntte vermelden. [88]
informele’ stemming in. In de woorden van Assink bij deze opmerking van de minister over de behandeling van een onderwerp waarvoor de aandeelhoudersvergadering geen bevoegdheid bezit:
onderwerp. Dat heeft dus weer een bredere strekking dan het in stemming brengen van een
besluit.
Antilliaanse Beschermingsconstructie, althans een beslissing of standpunt daarover (in) te nemen.
informele stemming”,
met het karakter van een motie) wel toelaatbaar is, althans voor zover deze aanbeveling voldoende samenhang vertoont met dat bespreekpunt. Indien van de toelaatbaarheid van een peiling moet worden uitgegaan, moet er volgens Boskalis eveneens van worden uitgegaan dat een verzoek tot agendering daarvan binnen het kader van artikel 2:114a BW past, althans dat een zodanig agenderingsrecht gelet op de heersende opvattingen daarover en de jarenlange
corporatepraktijk ook zonder uitdrukkelijke wettelijke grondslag kan worden aanvaard. Daarbij kan artikel 2:8 lid 1 BW Pro als grondslag dienen, aldus Boskalis. Een andersluidende opvatting zou volgens haar te zeer afbreuk doen aan het karakter van de algemene vergadering als podium voor informatie-uitwisseling, dialoog en afleggen van verantwoording. [124] Het hof heeft dit een en ander volgens Boskalis miskend.
Antilliaanse Beschermingsconstructie, heeft Boskalis immers verzocht de aanbeveling om op dat besluit terug te komen en toch tot ontmanteling over te gaan, op de agenda van de algemene vergadering te zetten. Boskalis meent dat het hier gaat om het afleggen van verantwoording over het gevoerde bestuursbeleid en dat het bestuur daarover door de algemene vergadering ter verantwoording kan worden geroepen. [126] Ik vind dit een gekunstelde redenering die uitgaat van een te beperkte lezing van de overweging van de Hoge Raad, die het bestuur ontslaat van de verplichting om de algemene vergadering vooraf in de besluitvorming te betrekken als het gaat om handelingen waartoe het bestuur bevoegd is. Bestuursbeleid is een continue proces en ‘vooraf’ en ‘achteraf’ zijn in dat opzicht betrekkelijke begrippen. Dat geldt temeer voor onderwerpen waarover het bestuur heeft besloten om een bestaande situatie niet te wijzigen. Dat doet zich in deze zaak voor. Elke (nieuwe) poging om het bestuur (alsnog) tot actie te bewegen vormt vanzelfsprekend een poging tot het afdwingen van (d.i. een vorm van betrokkenheid bij) besluitvorming van het bestuur in de door de betreffende aandeelhouder gewenste richting. Een aanbeveling tot ontmanteling van een beschermingsconstructie, waartoe het bestuur bevoegd is, vormt een zodanige poging. Of een aanbeveling wordt aangedragen voorafgaand aan een ‘besluit’ of na afloop van een ‘besluit’ op dat punt, maakt geen verschil. In beide gevallen is de aanbeveling erop gericht actie in de toekomst van het bestuur in de door de aandeelhouder gewenste zin te forceren.
Antilliaanse Beschermingsconstructie,nu Fugro zelf bij de totstandkoming van deze beschermingsconstructie in 1999 aan de algemene vergadering goedkeuring heeft gevraagd. [128] Behoudens eerdere toezeggingen, waarvan in deze zaak niet is gebleken, over het op verzoek van een aandeelhouder in stemming brengen van een aanbeveling over afschaffing ervan, brengt het enkele feit dat destijds goedkeuring is gevraagd voor het optuigen van deze beschermingsconstructie geen verandering in het voorgaande betoog.
Right to put items on the agenda of the general meeting and to table draft resolutions
Droit d’inscrire des points à l’ordre du jour de l’assemblée générale et de déposer des projets de résolution
Recht auf Ergänzung der Tagesordnung und auf Einbringung von Beschlussvorlagen
uitoefeningvan de in de lidstaten bestaande aandeelhoudersrechten. [137] De doelstelling van de Richtlijn is aandeelhouders van beursvennootschappen de mogelijkheid te bieden hun bestaande nationale rechten overal in de EU effectief uit te oefenen (considerans punt 14). Deze focus op de uitoefening van rechten komt tot uitdrukking, zowel in de benaming van de Richtlijn (“uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders”) als in de Richtlijn zelf (zie considerans punten 3 en 14 en artikel 1 lid 1 van Pro de Richtlijn), als in de voorbereidende stukken die ten grondslag hebben gelegen aan de totstandkoming van de Richtlijn (zie het Actieplan in 4.97 hiervoor). Nationale wetgeving bepaalt de catalogus en inhoud van de rechten van aandeelhouders en algemene vergadering, uiteraard voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald in de Richtlijn zelf. Met de Richtlijn is niet beoogd te bepalen welke rechten de algemene vergadering en de aandeelhouders hebben. De Richtlijn beoogt slechts om belemmeringen die aandeelhouders ervan weerhouden om hun aan het nationale recht ontleende rechten uit te oefenen, weg te nemen.
uitoefeningvan aan het nationale recht ontleende rechten (zie 4.97 hiervoor). Voor de Richtlijn geldt hetzelfde (zie considerans punt 14).
Zuständigkeit) heeft. [140] Ter illustratie geef ik hier enkele passages uit Duitse commentaren weer. De inhoud ervan spreekt voor zich. Ik begin met Kubis die in 2018 (vers van de pers dus) schreef:
beschlusslose Tagesordnungspunkte. Das ist eine wesentliche Neuerung des ARUG. Voraussetzung ist hierbei jedoch, dass der jeweilige Gegenstand in die
Kompetenz der Hauptversammlungfällt. (…) Insbesondere kőnnen beschlusslose Tagesordnungspunkte nur in den ausdrűcklich vom Gesetz vorgesehenen Fällen (…) auf Verlangen einer Minderheit in die Tagesordnung aufgenommen werden. Ausgeschlossen ist demnach, dass die Minderheit verlangen kann, unter einem von ihr eingebrachten Tagesordnungspunkt űber die zukűnftige Geschäftspolitik bzw. Strategie zu diskutieren. Anders gewendet: Die Kompetenzen der Hauptversammlung werden durch §122 Abs. 2 AktG nicht erweitert.” [144]
Geschäftsführungsfragen,über die sie nur entscheiden kann, wenn es der Vorstand verlangt (§ 119 Abs. 2 AktG).” [146]
Liber Amicorum Pr. Dr. Eddy Wymeersch, Intersentia, Antwerpen-Oxford, 2008, p. 527, voetnoot p. 11).” [148]
uitoefeningvan rechten en niet op de
inhoudvan die rechten.
stricto sensudans le champ de la compétence décisionnelle de l’assemblée convoquée : il suffit que ce point demeure dans la sphère du débat d’une assemblée générale d’actionnaires, ce qui est le cas lorsque ce «point» peut être rattache à l’objet social ou au contenu des documents transmis à l’assemblée (dans ce sens, V. Rapp. Du groupe de travail réuni à l’AMF sur les assemblées générales d’actionnaires des sociétés cotées, 2 juill. 2012, proposition no 3).” [153]
le point (…) peut porter sur toute question intéressant la société”):
vennootschapsrechtelijkebesluitvorming gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg. Zowel in artikel 5 lid 4 als Pro in artikel 6 lid 1 van Pro de Richtlijn wordt gesproken over ontwerpresolutie als een resolutie die
ter goedkeuring op de algemene vergaderingwordt voorgelegd. Voorts kan worden gewezen op artikel 14 lid 3 van Pro de Richtlijn dat gaat over stemmingsresultaten en bepaalt dat dit artikel onverlet laat de rechtsregels die lidstaten hebben vastgesteld of kunnen vaststellen betreffende de formaliteiten waaraan voldaan moet zijn wil een resolutie
rechtsgeldigworden, of betreffende de mogelijkheid van
juridische procedures om een stemmingsresultaat aan te vechten. Deze passages vormen een indicatie dat de Richtlijn niet het oog heeft op de door Boskalis bepleite afdwingbaarheid van een
informele stemmingover
standpuntendie niet zijn gericht op het tot stand brengen van juridisch bindende besluiten of op enig ander rechtsgevolg.
a contrario). Il s’agira donc d’un débat sans vote, tel qu’il est déjà pratique assez souvent. Selon nous, un «point» peut être licitement inscrit à l’ordre du jour même s’il n’entre pas
stricto sensudans le champ de la compétence décisionnelle de l’assemblée convoquée: il suffit que ce point demeure dans la sphère du débat d’une assemblée générale d’actionnaires, ce qui est le cas lorsque ce «point» peut être rattache à l’objet social ou au contenu des documents transmis à l’assemblée (dans ce sens, V. Rapp. du groupe de travail réuni à l’AMF sur les assemblées générales d’actionnaires des sociétés cotées, 2 juill. 2012, proposition no 3). En revanche, il est légitime que le conseil d’administration, qui arrête l’ordre du jour, puisse refuser l’inscription d’un «point» qui viserait une décision individuelle de gestion, ou obligerait le président a dévoiler en séance un secret d’affaires, ou qui n’aurait rien à voir avec l’objet social (sujet fantaisiste ou à connotation idéologique), ou encore qui présenterait un caractère vexatoire ou insultant (…).” [157]
adviserendestemming voor de aandeelhouders(vergadering) dat in artikel 9ter is neergelegd.