Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
verweervan [eisers] heeft besproken dat de schuld (bedoeld zal zijn: de vordering) van [A] op de erfgenamen vanaf in elk geval 1 juli 1998 (de datum van de als productie 2 bij MvA overgelegde brief van [verweerder] ) is
omgezet in een schuld die alleen [verweerder] aangaat; althans zou het oordeel van het hof daarom onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd zijn. Het middel is uitgewerkt in drie onderdelen.
onderdeel 2heeft het hof miskend dat het krachtens de positieve zijde van de devolutieve werking van het appel gehouden was genoemd verweer te bespreken.
Onderdeel 3klaagt dat het hof zich buiten de grenzen van de rechtsstrijd heeft begeven, dan wel een onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd oordeel heeft gegeven, doordat het – zo begrijp ik – partijen niet is gevolgd in hun eensluidende interpretatie van het (op de brief van 1 juli 1998 gebaseerde [10] ) verweer van [eisers]
partiële verdelingvan de nalatenschap is overeengekomen, inhoudende dat de onderneming van erflater met alle bestaande en toekomstige lusten en lasten aan hem is toegedeeld. Daardoor zou de schuld van de erfgenamen aan [A] (vóór de uiteindelijke voldoening in 1999) zijn omgezet in een eigen schuld van [verweerder] . [11] Het gaat onder meer om de volgende passages: