Conclusie
[de verzoekers]) op goede grond niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun hoger beroep tegen de beslissing waarbij de rechter-commissaris een door hen ingediend verzoek heeft afgewezen. De rechtbank heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, op de grond dat het beroepschrift één dag te laat is ontvangen en, voor zover het wel tijdig per fax zou zijn ontvangen, het niet naar de juiste zittingsplaats van de rechtbank is gestuurd en ook dan te laat is ontvangen. Dit oordeel wordt in cassatie m.i. terecht bestreden.
de rechtbank) uitgesproken faillissement van [A] B.V. Verweerder in cassatie is tot curator benoemd. Op 9 februari 2018, bijna vier jaar later dus, hebben [de verzoekers] de rechter-commissaris in dit faillissement op de voet van art. 69 Fw Pro verzocht om de curator te bevelen om “
nader en dieper onderzoek te doen naar onbehoorlijk bestuur / onrechtmatig handelen door de Bestuurder” van de gefailleerde. De curator heeft zich in reactie op dit verzoek op het standpunt gesteld dat hij naar zijn mening voldoende onderzoek heeft gepleegd. [2] [de verzoekers] hebben in hun reactie daarop gesteld dat de curator zijn standpunt doet steunen op verklaringen van personen die naar hun mening onrechtmatig hebben gehandeld.
2.Bespreking van het middel
INGEKOMEN OP 07 MAART 2018 Rechtbank Gelderland”), voorzien van een paraaf met daarnaast handgeschreven de datum ‘
7/3-18’(bijlage 2).
nietop 7 maart 2018 was gefaxed aan de griffie van zittingsplaats Zutphen, maar daar op 8 maart 2018 per post is binnen gekomen. Dat oordeel is blijkens beide overgelegde stukken onhoudbaar. Deze stukken laten geen andere uitleg toe dan dat het voorlopig beroepschrift van [de verzoekers] op 7 maart 2018 – en dus tijdig – is ingediend.
t.a.v. de rechter-commissaris”. De rechtbank heeft daarnaast een uitspraak van de Hoge Raad [14] miskend waaruit volgt dat er een doorzendplicht geldt en dat voor de ontvankelijkheid beslissend is wanneer het processtuk bij de ‘verkeerde instantie’ is ingekomen.
locatie Arnhem, de juiste instantie was voor het instellen van hoger beroep, en niet de locatie Zutphen van die zelfde rechtbank. Dat is onjuist. De
rechtbankis de juiste instantie, niet een bepaalde zittingsplaats. Zittingsplaatsen vormen geen afzonderlijke rechterlijke instanties. De locaties Zutphen en Arnhem zijn beide onderdeel van de rechtbank Gelderland. [15]
het beroepschrift pas op 8 maart 2018 ter griffie is ontvangen, dus buiten de beroepstermijn.” Van een (ontoelaatbare) verrassingsbeslissing is geen sprake. [17]