Conclusie
mr. P.R. Dekker en mr. G. te Biesebeek, in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van [verzoekster] ,
mr. P.R. Dekker, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] ,
[verweerder 3], in zijn hoedanigheid van voormalig bestuurder van [A] ,
1.Feiten en procesverloop
2.Ontvankelijkheid [verzoekster] in haar cassatieberoep
belanghebbende’ heeft aangeduid, waarmee het hof (impliciet) heeft vastgesteld dat [verzoekster] in één van de vorige instanties is verschenen in de zin van artikel 426 lid 1 Rv Pro. Daarom is zij gerechtigd het onderhavige cassatieberoep in te stellen, aldus [verzoekster] (verzoekschrift, p. 1; verweerschrift in het incident, onder 5-8). Haar verdere betoog behelst, zeer kort samengevat, een uiteenzetting van de verschillende gronden waarop zij volgens haar door het hof – terecht – als belanghebbende is aangemerkt.