ECLI:NL:PHR:2018:1519

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
16 oktober 2018
Publicatiedatum
2 maart 2020
Zaaknummer
17/05448
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 513 SvArt. 515 lid 5 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen wrakingsbeslissing hof

In deze zaak heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag op 1 november 2017 de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een eerdere wrakingsbeslissing van de rechtbank Den Haag van 8 mei 2017.

De verzoeker heeft vervolgens cassatieberoep ingesteld en twee middelen van cassatie voorgesteld. De Procureur-Generaal heeft in zijn conclusie gewezen op het toepasselijke wettelijke kader, met name artikel 515, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad overweegt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat, waardoor het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. Dit oordeel sluit aan bij eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder het arrest van 16 juni 2005.

Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard en wordt het beroep van de verzoeker afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de wrakingsbeslissing is niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

Nr. 17/05448
Zitting: 16 oktober 2018
Mr. D.J.C. Aben
Conclusie inzake:
[verzoeker]
De wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag heeft bij beslissing van 1 november 2017 de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van 8 mei 2017 van de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag.
Namens de verzoeker heeft mr. D.G. Barmentlo, advocaat te Nijmegen, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op. Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. [1]
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 16 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7031.