ECLI:NL:HR:2005:AT7031

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00920/05 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 515 SvArt. 512 SvArt. 32.5 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing op wrakingsverzoek

In deze zaak heeft de klager beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het Gerechtshof Arnhem, waarin het hof de klager niet-ontvankelijk verklaarde in hoger beroep tegen de afwijzing van zijn wrakingsverzoek door de rechtbank Almelo.

De Hoge Raad toetst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en verwijst naar art. 515, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat tegen een beslissing op een wrakingsverzoek geen rechtsmiddel openstaat. Hierdoor is het cassatieberoep niet-ontvankelijk.

De Advocaat-Generaal heeft eveneens geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op een mogelijke uitzondering op deze regel, zoals geformuleerd in een eerdere civiele zaak (HR NJ 1999, 243), maar deze is hier niet van toepassing.

De beschikking is gegeven door de vice-president en raadsheren in raadkamer en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 14 juni 2005.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de beslissing op het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

14 juni 2005
Strafkamer
nr. 00920/05 B
PB/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gerechtshof te Arnhem van 14 februari 2005, nummer AVNR.009125-05, op een wrakingsverzoek als bedoeld in art. 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
Het Hof heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de Rechtbank te Almelo van 15 december 2004, houdende afwijzing van het verzoek tot wraking.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 515, vijfde lid, Sv staat tegen een beslissing op een verzoek tot wraking geen rechtsmiddel open, zodat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2005.