Conclusie
middelhoudt in dat het Hof de door hem gegeven vrijspraak heeft gebaseerd op zijn van een verkeerde rechtsopvatting getuigend oordeel dat artikel 55c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering expliciet noch impliciet een verplichting bevat voor een verdachte om mee te werken aan het nemen van vingerafdrukken.
artikel 141 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2018-01-01/0/), en de ambtenaren van politie, bedoeld in
artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 (http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=2&g=2018-02-20&z=2018-02-20), die tevens buitengewoon opsporingsambtenaar als bedoeld in
artikel 142 (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2018-01-01/0/)zijn, stellen de identiteit van de aangehouden verdachte vast op de wijze, bedoeld in
artikel 27a, eerste lid, eerste en tweede volzin (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001903/2018-01-01/0/).