Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verzoeker],
Procesverloop
Motivering
TotaalEUR. 1.580,92
Beslissing
EUR. 1.580,92
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 28 maart 2018 een verzoek tot schadevergoeding ex artikel 591a Wetboek van Strafvordering na een sepotbeslissing van het Openbaar Ministerie op 8 juni 2017. Verzoeker werd verdacht van het weigeren van medewerking aan het opnemen van persoonsgegevens, wat zou neerkomen op een overtreding van artikel 184 Sr Pro.
De rechtbank oordeelde dat het sepot op onjuiste gronden was genomen omdat de politie wel bevoegd is om te vragen naar persoonsgegevens op grond van artikel 55c Sv, maar niet om die gegevens te vorderen. Hierdoor kon de vordering van de verbalisanten niet worden aangemerkt als een ambtelijk bevel in de zin van artikel 184 Sr Pro. De zaak zou bij beoordeling onmiskenbaar tot niet opleggen van straf hebben geleid, zodat een technisch sepot de juiste modaliteit was geweest.
Gelet op billijkheid en jurisprudentie werd het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten en kosten van de mondelinge behandeling toegewezen voor een totaalbedrag van €1.580,92. De rechtbank bepaalde dat de Staat deze kosten dient te dragen.
De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van bevoegdheden bij persoonsgegevens en de juiste modaliteiten van sepotten, waarbij onterechte verdenkingen leiden tot vergoeding van gemaakte kosten.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten na onterecht beleidssepot wordt toegewezen voor een bedrag van €1.580,92.