ECLI:NL:PHR:2018:19
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verschoningsrecht arts strekt zich uit tot camerabeelden ziekenhuiswachtruimte
In deze zaak vorderde de officier van justitie camerabeelden van de wachtruimte en toegangspaden van een ziekenhuis in het kader van een opsporingsonderzoek naar een vermoedelijke mishandeling. De klaagster, een arts, beriep zich op haar verschoningsrecht en stelde dat deze beelden vertrouwelijke informatie bevatten die niet aan de politie verstrekt mogen worden.
De rechtbank verklaarde het klaagschrift ongegrond en oordeelde dat de beelden geen informatie bevatten die onder het verschoningsrecht valt, omdat niet duidelijk is wie patiënt is en wie bezoeker of begeleider. De Hoge Raad oordeelt dat deze opvatting onjuist is. Het verschoningsrecht strekt zich ook uit tot feiten waaruit indirect een behandelrelatie blijkt, zoals de identiteit van patiënten op camerabeelden.
De Hoge Raad benadrukt dat het vertrouwen van patiënten in de vertrouwelijkheid van hun bezoek aan een arts of ziekenhuis essentieel is en dat het verstrekken van dergelijke beelden aan opsporingsinstanties dit vertrouwen schaadt. Ook al zijn de beelden gemaakt op toegankelijke plaatsen, de exclusiviteit van de informatie bij het ziekenhuis maakt dat het verschoningsrecht van toepassing is.
De conclusie van de procureur-generaal leidt tot vernietiging van de bestreden beschikking en verwijzing of terugwijzing voor verdere behandeling. De zaak benadrukt de ruime reikwijdte van het verschoningsrecht van artsen, ook ten aanzien van indirecte informatie over patiënten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat camerabeelden van een ziekenhuis onder het verschoningsrecht van de arts vallen.