ECLI:NL:HR:2011:BP4663
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geheimhoudingsplicht op declaraties en urenspecificaties advocaat
In deze zaak stond de vraag centraal of declaraties en de daarbij behorende urenspecificaties van een advocaat onder het beroepsgeheim vallen en daarmee beschermd zijn tegen inbeslagname. Op 26 april 2007 vond een doorzoeking plaats waarbij onder meer deze documenten in beslag werden genomen. De Rechter-Commissaris oordeelde op 13 juni 2007 dat de urenspecificaties onder de geheimhoudingsplicht van de advocaat vallen en teruggegeven moeten worden.
De advocaat van de betrokkene diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv om het beslag op de documenten op te heffen. De Rechtbank verklaarde het klaagschrift deels gegrond en oordeelde dat de declaraties onderdeel uitmaken van de teruggegeven specificaties en dat de inbeslaggenomen stukken onder het beroepsgeheim vallen op grond van artikel 98 Sv Pro.
De Officier van Justitie stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van de Rechtbank niet onjuist noch onbegrijpelijk is en bevestigde dat de declaraties en urenspecificaties onder het beroepsgeheim vallen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het beslag op deze documenten onrechtmatig was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de declaraties en urenspecificaties onder het beroepsgeheim van de advocaat vallen.