Conclusie
Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat het de verdachte is geweest die de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Meer in het bijzonder heeft het hof daarbij de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen.
- Op 29 april 2011 is in de auto waarin de verdachte op dat moment reed een groot aantal henneptoppen aangetroffen (proces-verbaal van aanhouding d.d. 30 april 2011 met nummer PL1511 2011089881-2, dossierpagina 23 e.v. ); vastgesteld is dat het ging om 70 gram hennep (proces-verbaal van 2 mei 2011 met nummer PL1511/2011089881-N, dossierpagina 47).
- De auto waarin de verdachte op 29 april 2011 reed, is van hemzelf (proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 30 april 2011 met nummer PL1511 2011089881-16, dossierpagina 50).
- In de auto van de verdachte werden op 29 april 2011 voorts een acceptgiro met als begunstigde Eneco Services BV en een acceptgiro met als begunstigde de Regionale belastinggroep, beide geadresseerd aan het adres [a-straat 1] te
's-Gravenhage, aangetroffen (proces-verbaal van bevindingen d.d.,1 mei 2011 met nummer PL1511 2011089881-19, dossierpagina 37 e.v.).
- Aan beide acceptgiro's waren stortingsbewijzen geniet van de bedragen die op de acceptgiro's stonden (voornoemd proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 mei 2011 met nummer PL1511 2011089881-19, dossierpagina 37 e.v.). De stortingen zijn gedaan bij een ING-kantoor aan [c-straat 1] te Den Haag (kopieën van de stortingsbewijzen, pagina 43 en 45). Het hof beschouwt als feit van algemene bekendheid dat [c-straat 1] zich bevindt op korte afstand van de [b-straat 1] (het woonadres van de verdachte).
- De voordeur van perceel [1] aan de [a-straat] te 's-Gravenhage, alsook de meterkast in de centrale hal buiten die woning, konden worden geopend met sleutels die zich aan de sleutelbos van de verdachte bevonden (proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2011 met nummer PL1511 2011089881-17, dossierpagina 80 e.v.).
- Op het adres [a-straat 1] te 's-Gravenhage is op 30 april 2011 een hennepkwekerij aangetroffen (proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 mei 2011 met nummer PL1511 2011089881-28, dossierpagina 85 e.v.).
- De getuige [getuige 1] , de bewoner van de woning op het adres [a-straat 2] te 's-Gravenhage, heeft samengevat het volgende verklaard:
De voormalige bewoners van de woning [a-straat 1] te 's-Gravenhage hebben hem verteld dat hun woning verhuurd was. De volgende dag stonden een man en een vrouw voor de deur die zich voorstelden als de nieuwe huurders. De man op de foto die aan de getuige is getoond (het hof: de verdachte) is dezelfde man als die zich voorstelde als nieuwe bewoner van nummer [1] . De man van de foto stond een aantal maanden vóór 13 mei 2011 op de gang met een grote volle maar niet zware tas. De getuige rook toen een sterke wietlucht. De getuige heeft de man toen uitgenodigd voor zijn verjaardagsfeestje (proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 13 mei 2011 met nummer PL1511 2011089881-31, dossierpagina 93 e.v.). De man en de vrouw zijn vervolgens ongeveer een half uur op het verjaardagsfeestje aanwezig geweest. De getuige rook wel eens een sterke wietlucht en er lag wel eens wat wiet op de grond in de gang tussen zijn woning en die van de buren. De lucht was vaker te ruiken dan dat er wietresten lagen. De getuige denkt dat de mensen 1 keer in de 6 tot 8 weken in de woning waren. De getuige denkt dat de nieuwe buren ongeveer anderhalf jaar in het huis hebben gewoond (proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris d.d. 9 februari 2015).
- De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij op verjaardagsbezoek is geweest bij de getuige [getuige 1] .
- Bij een doorzoeking op 2 mei 2011 in de woning van de verdachte aan de [b-straat 1] te 's-Gravenhage zijn in de kelderbox voorwerpen aangetroffen waarvan de met de doorzoeking belaste opsporingsambtenaren ambtshalve bekend was dat daarmee een hennepplantage kon worden gefabriceerd. Ook zijn daar zakken met groene resten aangetroffen en roken de opsporingsambtenaren een sterke hennepgeur (proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2011 met nummer PL15J2 2011089881-25, dossierpagina 87 e.v.).
De verdachte heeft naar het oordeel van het hof terzake geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Hij heeft daarentegen verklaringen afgelegd die onderling tegenstrijdig zijn en/of die het hof in het licht van de bewijsmiddelen onaannemelijk acht.”
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, met zijn beslissing het getuigenverhoor van de getuige [getuige 1] te verwijzen naar de raadsheer-commissaris, is teruggekomen van zijn eerdere beslissing inhoudende dat de getuige ter terechtzitting diende te worden gehoord.
Toelichting [getuige 1]
43. [verdachte] heeft verklaard dat hij niet regelmatig in de woning aan de [a-straat] kwam en dat [getuige 1] onmogelijk heeft kunnen verklaren dat hij de nieuwe bewoner zou zijn geweest van deze woning.
44. De verdediging wenst [getuige 1] dan ook nader te horen over zijn verklaring. [getuige 1] heeft zich immers vergist. Blijkens zijn verklaring waren er namelijk nog andere Marokkaanse jongens die in het pand kwamen in deze woning. Daarnaast is het verloop van het verhoor van [getuige 1] op 30 april 2011 en 13 mei 2011 geheel onduidelijk.”
Het hof onderbreekt vervolgens het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het hof het verzoek tot het horen van [getuige 1] als getuige toewijst en dat deze getuige voor de inhoudelijke behandeling van de zaak zal worden opgeroepen. (…)
Het gerechtshof, gehoord de verdachte, zijn raadsvrouw en de advocaat-generaal, schorst hierop het onderzoek voor onbepaalde tijd dan wel tot de terechtzitting van 12 november 2013 (…);
(…)
beveelt -na adresverificatie door het openbaar ministerie- de oproeping van [getuige 1]
,geboren op [geboortedatum] 1976, laatst bekende adres: [a-straat 2] te [...] Den Haag, voor de inhoudelijke behandeling van de onderhavige zaak op 12 november 2013 (…).
De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de na te melden ingekomen stukken:
(…)
- een brief van de getuige [getuige 1] , (…) inhoudende – kort en zakelijk weergegeven – de verklaring dat hij verhinderd is heden ter terechtzitting te verschijnen.
Desgevraagd door de voorzitter deelt de raadsvrouw mede dat zij persisteert bij het horen van [getuige 1] als getuige. (…)
Het gerechtshof, gehoord de verdachte, zijn raadsvrouw en de advocaat-generaal, schorst hierop het onderzoek tot 30 januari 2014 te 14:30 uur (…);
beveelt - na adresverificatie door het openbaar ministerie - de hernieuwde oproeping van de na te noemen getuige voor de nadere terechtzitting:
- [getuige 1] ,laatst bekende adres: [a-straat 2] te [...] ’s-Gravenhage (…);
beveelt – na adresverificatie door het openbaar ministerie – de hernieuwde oproeping van de na te noemen getuige voor de nadere terechtzitting:
- [getuige 1] , laatst bekende adres: [a-straat 2] te [...] ’s-Gravenhage;”
De advocaat-generaal deelt vervolgens mede:
Toen mij het bericht bereikte dat getuige [getuige 1] wegens een dienstreis naar China niet ter zitting van heden kon verschijnen, heb ik hem gevraagd bewijzen daarvan over te leggen. Daarop heeft hij mij tickets toegezonden, waaruit zijn reis naar China blijkt. Ik stel voor de zaak te verwijzen naar de raadsheer- commissaris voor het horen van de getuige [getuige 1] .
De raadsvrouw deelt desgevraagd mede te persisteren bij het horen van de getuige [getuige 1] .
(…)
Voorts deelt de voorzitter mede dat het hof de zaak zal verwijzen naar de raadsheer-commissaris bij dit gerechtshof teneinde de getuige [getuige 1] te horen.
Het gerechtshof, gehoord de raadsvrouw en de advocaat- generaal, schorst hierop het onderzoek voor onbepaalde tijd (…)
Het hof verwijst de zaak naar de raadsheer-commissaris bij dit gerechtshof teneinde, na adresverificatie, de volgende getuige te horen:
- [getuige 1] , laatst bekende adres: [a-straat 2] te [...] 's-Gravenhage;
stelt de stukken daartoe in handen van de raadsheer- commissaris. (…)”
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, het verzoek om de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] als getuigen te horen heeft afgewezen.
(i) De verdachte is bij vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 6 april 2012 veroordeeld voor de voortgezette handeling van medeplegen van het opzettelijk telen en bewerken van hennep en het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel, het opzettelijk vervoeren van hennep en diefstal van elektriciteit.
(ii) Namens de verdachte is op 11 april 2012 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
(iii) De raadsvrouwe van de verdachte heeft bij faxbericht van 2 juli 2013 verzocht om de oproeping van een zevental getuigen, onder wie ook de verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] .
(iv) De raadsvrouwe is op de terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2013 in de gelegenheid gesteld de getuigenverzoeken toe te lichten. Zij heeft daartoe het woord gevoerd overeenkomstig de op voorhand aan het hof toegezonden en in het procesdossier gevoegde pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover voor de bespreking van het middel van belang, - kort gezegd - het volgende in. De verdediging wenste de verbalisant [verbalisant 1] te horen over het onderzoek in de auto van de verdachte dat op 1 mei 2011 heeft plaatsgevonden en waarbij acceptgiro’s zijn aangetroffen op naam van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , beiden woonachtig aan de [a-straat 1] , [...] te ’s-Gravenhage, aangezien onduidelijk is waarom verbalisant [verbalisant 1] de auto heeft moeten doorzoeken, terwijl verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 5] na een doorzoeking van de auto de voornoemde bescheiden in beslag hadden genomen en ter beschikking hadden gesteld aan de officier van justitie. De verbalisant [verbalisant 2] diende te worden gehoord over de door hem en verbalisant [verbalisant 5] verrichte doorzoeking van de auto van de verdachte en het aantreffen van een doorzichtige zak met henneptoppen op de stoel van de bijrijder, het moment waarop zij bescheiden in de auto hebben zien liggen, welke bescheiden dit waren en of daarop het adres [a-straat] werd vermeld, over de gang van zaken tijdens het binnentreden in de woning aan de [a-straat] en het in de buurt van die woning verrichte onderzoek waarover verbalisanten hebben gerelateerd, teneinde te kunnen onderbouwen dat de verbalisanten in deze zaak in strijd met de waarheid hebben geverbaliseerd. Voorts dienden de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 5] volgens de raadsvrouwe te worden gehoord over het verloop van het verhoor van de getuige [getuige 1] , teneinde te kunnen controleren of die verklaring betrouwbaar is. De verdediging wenste verbalisant [verbalisant 3] te ondervragen over de hennepgeur die ten tijde van de aanhouding van de verdachte in de auto van de verdachte is waargenomen, teneinde te kunnen onderbouwen dat de doorzoeking van de auto van de verdachte onrechtmatig heeft plaatsgevonden en dat verbalisant [verbalisant 3] in strijd met de waarheid heeft geverbaliseerd. Voorts wenste de verdediging de verbalisant [verbalisant 3] te ondervragen over de in de auto van de verdachte aangetroffen mobiele telefoons en simkaarten, teneinde te bewijzen dat de doorzoeking onrechtmatig is geweest en de vruchten daarvan ook van het bewijs dienden te worden uitgesloten.
(v) De advocaat-generaal bij het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2013, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, meegedeeld dat hij geen bezwaar heeft tegen het horen van de verbalisant [verbalisant 3] als getuige. Tegen het horen van verbalisant [verbalisant 2] als getuige heeft de advocaat-generaal bij het hof zich verzet. [1] (vi) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 8 augustus 2013 houdt ten aanzien van de voornoemde getuigenverzoeken het volgende in:
door de desbetreffende verbalisanten een of meer aanvullende processen-verbaal worden opgemaakt waarin zij antwoord geven op de door de raadsvrouw in haar faxbericht van 2 juli 2013 en de in de door haar overgelegde pleitnotitie gestelde vragen. Deze aanvullende processen-verbaal dienen uiterlijk 1 oktober 2013 door het hof en de raadsvrouw te zijn ontvangen. De raadsvrouw wordt vervolgens tot 15 oktober 2013 in de gelegenheid gesteld om kenbaar te maken of zij het naar aanleiding van de aanvullende processen-verbaal noodzakelijk acht om de door haar verzochte verbalisanten als getuigen te horen. De advocaat-generaal kan hier dan eventueel op reageren. Indien de raadsvrouw na ontvangst van de aanvullende processen-verbaal het horen van een of meer verbalisanten noodzakelijk acht, zal het hof de zaak op een dan nader te bepalen zitting behandelen, teneinde op een daartoe strekkend verzoek van de raadsvrouw te beslissen (…) Het gerechtshof, gehoord de verdachte, zijn raadsvrouw en de advocaat-generaal, schorst hierop het onderzoek voor onbepaalde tijd dan wel tot de terechtzitting van 12 november 2013 op een nog nader te bepalen tijdstip gelegen in de ochtend; (…).
(viii) De raadsvrouw heeft op de terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2013 haar nadere verzoeken tot het horen van getuigen – ingegeven door de hiervoor onder (vii) vermelde stukken – toegelicht aan de hand van de ter terechtzitting overgelegde en aan het proces-verbaal van de zitting gehechte pleitnota. Deze pleitnota houdt, voor zover voor de bespreking van het middel van belang, het volgende in. De verdediging wenste verbalisant [verbalisant 1] alsnog te horen als getuige aangezien er onduidelijkheid bestaat over zijn onderzoek in de auto, terwijl verbalisant [verbalisant 1] geen proces-verbaal had kunnen opstellen omdat hij niet meer werkzaam was als rechercheur. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 5] hadden niet alle vragen beantwoord, waaronder de vraag of er aan de [a-straat] twee onderzoeken hebben plaatsgevonden, en of het onderzoek voor of na het verkrijgen van de machtiging binnentreden heeft plaatsgevonden. De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] hadden volgens de raadsvrouwe geen antwoord gegeven op de vraag van de verdediging hoe het verhoor van de getuige [getuige 1] is verlopen. Aangezien de verdediging alsnog antwoord wenste op haar vragen, heeft zij het hof primair verzocht de verbalisanten te mogen horen dan wel te bepalen dat de opgemaakte aanvullende processen-verbaal alsnog zouden worden opgemaakt.
(x) Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2013 houdt ten aanzien van de voornoemde getuigenverzoeken, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
- het verzoek van de raadsvrouw tot het horen van verbalisant [verbalisant 1] als getuige wordt afgewezen, nu de noodzaak daartoe ontbreekt. Naar 's hofs oordeel is het verzoek van de raadsvrouw onvoldoende onderbouwd, mede bezien in het licht van de verklaring van de verdachte omtrent de voorwerpen die in de auto zijn aangetroffen;
- het verzoek tot het horen van verbalisant [verbalisant 2] als getuige wordt afgewezen, vanwege het ontbreken van de noodzaak daartoe, te meer nu het verzoek tot het horen van verbalisant [verbalisant 5] als getuige reeds is toegewezen.
derde middelkeert zich tegen de verwerping door het hof van het beroep op bewijsuitsluiting.
Het hof overweegt als volgt. De verdediging heeft weliswaar feitelijk onderbouwd uiteengezet waarin haars inziens primair de onrechtmatigheid van het betreden van de auto is gelegen en subsidiair de onrechtmatigheid van de doorzoeking en waarin haars inziens de onrechtmatigheid van het vervolgens inbeslagnemen van de auto gelegen is, maar zij heeft in strijd met haar stelplicht een uitdrukkelijke onderbouwing van haar standpunt "zodat al het hieruit verkregen bewijs als bewijsmiddel moet worden uitgesloten" nagelaten.
De verdediging heeft voorts aangevoerd dat tijdens het verhoor van de getuige [getuige 1] ten onrechte gebruik is gemaakt van een enkelvoudige fotoconfrontatie, zodat de door deze getuige afgelegde verklaring dient te worden uitgesloten van het bewijs. Ook ten aanzien van deze bewijsuitsluiting heeft de verdediging niet aan haar motiveringsplicht voldaan. Nu derhalve het gestelde niet kan leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging, tot bewijsuitsluiting of tot strafvermindering en de verweren - waren deze gegrond - slechts zouden kunnen leiden tot de enkele vaststelling dat onherstelbare vormverzuimen zijn begaan, is het hof van oordeel dat een onderzoek naar de juistheid van de feitelijke grondslag van de verweren achterwege kan worden gelaten.Het hof verwerpt de verweren als ongegrond.”
vierde middelbehelst de klacht dat het hof het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat de enkelvoudige fotoconfrontatie geen betrouwbare herkenning van de verdachte heeft kunnen opleveren, ontoereikend gemotiveerd heeft verworpen.
vijfde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven die hebben geleid tot een afwijking van het standpunt van de verdediging dat niet kan worden bewezen dat de verdachte verantwoordelijk was voor de hennepkwekerij.