Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
eerste klachtgeeft het oordeel blijk van een onjuiste rechtsopvatting indien daarin besloten ligt dat ook als [verzoeker] mede op basis van het voorlopig deskundigenbericht zal kunnen aanvoeren dat de geleverde software van slechte kwaliteit is, hij onvoldoende belang heeft bij zijn verzoek omdat deze omstandigheid niet zal kunnen leiden tot een ander oordeel omtrent de voorvragen over verzuim (of de klachtplicht).
tweede klachtveronderstelt, heeft het hof niet gemeend dat een slechte kwaliteit van de geleverde prestatie nooit kan bijdragen tot het oordeel dat verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden dan wel tot het oordeel dat nakoming reeds blijvend onmogelijk is. Het hof overweegt daarover in rov. 2.7 slechts dat die voorvragen kunnen worden beoordeeld op basis van de stellingen van [verzoeker] over de kwaliteit van de software. Ook deze klacht faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag.
subonderdeel 1.3, slot, en volgens
subonderdeel 1.4, is onbegrijpelijk dat het hof bij zijn oordeel verwijst naar de ‘stand van het hoger beroep’.
subonderdeel 1.3faalt eveneens om de hiervoor bij de subonderdelen 1.1 en 1.2 gegeven redenen.
subonderdeel 1.4dienen ook te falen. Het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk als in ogenschouw wordt genomen dat nog geen grieven zijn geformuleerd.
subonderdeel 1.6deelt het lot van de voorgaande subonderdelen.