ECLI:NL:PHR:2018:242
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging zware mishandeling door opzettelijk inrijden op politieauto
Het gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 28 oktober 2016 veroordeeld voor poging tot diefstal en subsidiair poging tot zware mishandeling, waarbij verdachte met hoge snelheid in tegengestelde rijrichting op een politieauto is afgereden. Het hof achtte het subsidiaire feit wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde verdachte tot 15 maanden gevangenisstraf.
Verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte opzet op zwaar lichamelijk letsel aannam, omdat het onwaarschijnlijk zou zijn dat hij het risico van een frontale botsing bewust heeft aanvaard gezien de gevaren voor zichzelf. De Hoge Raad overwoog dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar letsel aan de politieagenten heeft aanvaard, gelet op zijn gedrag waarbij hij zonder vaart te verminderen en zonder uit te wijken bewust op de politieauto afreed.
De verklaring van de politieagenten bevestigde dat verdachte met hoge snelheid en opzettelijk op de rijstrook van de politieauto reed, waardoor een frontale botsing bijna plaatsvond. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbaar gedrag werd aangemerkt als opzet op zwaar lichamelijk letsel. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor poging zware mishandeling door bewust en met hoge snelheid op een politieauto in te rijden.