Conclusie
De bewuste vistuigen zijn op 9 en 10 november 2011 door een kustwachtschip aan boord gehaald. Vervolgens is geconstateerd dat de twee netten elk waren voorzien van een binnenkuil, een extra net met kleinere mazen dan toegestaan.
Het door het openbaar ministerie voorgestelde middel
Verordening nr. 850/98):
de Controleverordening):
de Uitvoeringsregeling), zoals dat luidde ten tijde van het tenlastegelegde:
art. 96 lid Pro 2Uitvoeringsregeling. De leden 3 tot en met 5 van art. 96 Uitvoeringsregeling Pro bevatten het nationale stelsel voor schorsing van de visvergunning zoals dat tot de inwerkingtreding van de Uitvoeringsregeling in art. 3 lid 3 tot Pro en met 5 Regeling visvergunning was neergelegd. [6]
De namens de verdachte voorgestelde middelen
eerste middelkomt met betrekking tot het onder 1 primair tenlastegelegde met twee klachten op tegen de bewezenverklaring, de bewijsvoering en de verwerping van een door de verdediging gedaan beroep op overmacht.
niet langermogelijk was en dat zij dus opzettelijk niet aan de vordering hebben voldaan, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet zonder meer begrijpelijk. De tenlastegelegde vordering was ten tijde van het uitvieren van de netten immers nog niet gedaan. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.