ECLI:NL:PHR:2018:295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard in zaak gewoontewitwassen
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens gewoontewitwassen in de periode van 2004 tot 2013. Zij had grote contante geldbedragen en voertuigen in bezit die afkomstig waren uit misdrijven, en maakte gebruik van een door crimineel geld betaalde vakantiereis naar Dubai.
De verdachte ontkende kennis te hebben van de criminele herkomst van de gelden en stelde dat zij aannam dat het geld afkomstig was uit legale handel in auto’s en horloges. Het hof oordeelde echter dat zij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het geld en de voertuigen een criminele herkomst hadden.
Twee middelen van cassatie werden voorgesteld: het eerste betrof de vraag of het hof voldoende had bewezen dat de verdachte bewust was van de criminele herkomst, het tweede betrof de kwalificatie van de vakantiereis als witwassen. De Hoge Raad concludeerde dat beide middelen geen grondslag hadden en stelde voor het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a RO.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de veroordeling wegens gewoontewitwassen in stand blijft.