Conclusie
1.Inleiding
1, beschikbaar te stellen op bankrekeningen waarover hij feitelijk beschikte, waarna hij in een zeer kort tijdbestek deze bedragen (of delen daarvan) overboekte naar rekeningen van andere personen of bedrijven (katvangers). Van deze rekeningen werden onder meer grote geldbedragen contant opgenomen en afgedragen aan de verdachten.
2.Het eerste en tweede middel
2
Bewijsoverweging
3en daar naderhand niet iets aan heeft veranderd
4.
kennelijkc.q.
waarschijnlijkop de voormelde data zijn aangemaakt, maar dat daarmee niet kan worden uitgesloten dat de brieven op eerdere data zijn aangemaakt.
5
4.Het derde en vierde middel
6
7Daarbij kon het hof betrekken of de verdachte al dan niet een aannemelijke en geloofwaardige verklaring heeft gegeven voor de omstandigheden waaronder hij het geld voorhanden heeft gehad.
8Dat het hof uit de hiervoor onder 4.3 weergegeven vaststellingen heeft afgeleid dat de verdachte van de criminele herkomst van de betreffende geldbedragen op de hoogte was, vind ik in dat licht bezien niet onbegrijpelijk. Het hof heeft bij dat oordeel immers betrokken dat het hof de verklaring van de verdachte over de verkoop van het restaurant (volstrekt) ongeloofwaardig acht en dat hij vanaf de dag dat het geld naar zijn rekening werd overgemaakt binnen twee-en-een-halve week vrijwel exact het terug te betalen bedrag (namelijk € 142.000,-) heeft opgenomen en ook hiervoor geen aannemelijke verklaring heeft gegeven.