Conclusie
middelklaagt dat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep aan nietigheid leidt, nu in strijd met het bepaalde in art. 51 (oud) Sv de raadsman van verdachte niet voor de zitting in hoger beroep is opgeroepen.
(i) namens verdachte is door mr. M.P. Friperson, advocaat te 's-Gravenhage, op 12 mei 2016 hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 2 mei 2016, parketnummer 09/817270-16;
(ii) blijkens een akte van uitreiking is de dagvaarding van verdachte in hoger beroep voor de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2016 op 11 augustus 2016 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank omdat "van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is";
(iii) blijkens een akte van uitreiking is de dagvaarding van verdachte in hoger beroep voor de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2016, nadat deze op 16 augustus 2016 tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] te 's-Gravenhage, op 9 september 2016 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank omdat "van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is" en is voorts op 9 september 2016 een afschrift van de gerechtelijke brief verzonden aan voornoemd adres;
(iv) een afschrift van de dagvaarding van verdachte in hoger beroep voor de terechtzitting van het hof van 25 oktober 2016 is op 12 oktober 2016 als gewone brief verzonden aan het adres [b-straat 1] te 's-Gravenhage;