Conclusie
eerste middelklaagt dat verdachte geen eerlijk proces heeft gekregen omdat het verzoek van de verdediging om per brief opgegeven getuigen op te roepen op onduidelijke gronden is afgewezen en de verklaringen die deze getuigen eerder hebben afgelegd wel voor het bewijs zijn gebezigd.
regiezitting
raadsvrouwlicht het verzoek tot het horen van getuigen – zakelijk weergegeven – als volgt toe:
procureur-generaal, door de voorzitter in de gelegenheid gesteld om te reageren, merkt – zakelijk weergegeven – het volgende op:
raadsvrouw, door de voorzitter in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren, merkt – zakelijk weergegeven – het volgende op:
rocureur-generaalmerkt desgevraagd op geen behoefte te hebben aan een reactie.
beraad
hervatting
tweede middelklaagt over een schending van de redelijke termijn in de cassatiefase. Op 18 juli 2016 is cassatie ingesteld en het dossier is eerst op 2 februari 2017 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen.