Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Bespreking van het cassatiemiddel
De toelichting onder 34klaagt nog dat de rechtbank had moeten motiveren waaruit het onmiddellijk dreigende gevaar bestond.
Parket bij de Hoge Raad
Op 22 december 2017 gaf de burgemeester van Albrandswaard een last tot inbewaringstelling van betrokkene. De officier van justitie verzocht op 27 december 2017 de rechtbank om machtiging tot voortzetting van deze inbewaringstelling. De rechtbank verleende deze machtiging op 28 december 2017, waarbij werd geoordeeld dat er sprake was van onmiddellijk dreigend gevaar zoals bedoeld in art. 20 lid 2 onder Pro c Wet Bopz.
Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, stellende dat het vereiste van onmiddellijk dreigend gevaar niet was voldaan en dat de rechtbank zich onjuist had gebaseerd op een geneeskundige verklaring van 22 december 2017, zonder actuele gegevens. De Hoge Raad overwoog dat het criterium van onmiddellijk dreigend gevaar de acuutheid van het gevaar betreft en dat de medische beoordeling gebaseerd moet zijn op de actuele geestesgesteldheid.
De Hoge Raad constateerde dat de rechtbank de geneeskundige verklaring en de ervaringen van de verslavingsarts op de zitting had betrokken, en dat het oordeel dat het gevaar bestond uit agressief gedrag als gevolg van de psychose niet onbegrijpelijk was. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling blijft in stand.