“5. De in de tenlastelegging gekozen formulering is vooral gebaseerd op de verklaring van een getuige, [getuige 1], die kort voor de behandeling van de zaak bij de politierechter bij de rechter-commissaris nog eens een verklaring heeft afgelegd.
6. Volgens cliënt, maar ook (mijns inziens) op grond van verdere onderzoeksgegevens kan de getuige nooit gezien hebben wat zij zegt te hebben gezien. Alleen al op grond van haar positie, schuin tegenover de deur naar het rookhok, kan dit worden geconcludeerd. Er zijn veel obstakels in het zicht naar de toiletruimte. Ik verwijs naar de verklaring van [getuige 2].
7. Er is gerede twijfel mogelijk met betrekking tot de verklaringen van [getuige 1], met name wat zij vanaf welke positie heeft gezien. Waren de deuren dicht of waren deze open?
8. De getuige zegt dat de deuren open waren. Dat ligt in alle objectiviteit gezien niet voor de hand. Het gaat om een toiletruimte en, verderop, na de tweede deur, om het rookhok. Die ruimten laat je niet openstaan. Zowel de geurtjes uit de toiletruimte als die uit het rookhok wil je niet in de zaak hebben. Dus je laat die deuren zoveel mogelijk dicht.
9. [betrokkene 1] zegt zelf (bladzijde 15): “Er is een persoon die mij heeft zien vallen. Deze stond toevallig voor de ruit van de deur om naar het gangetje te lopen en het café zelf.’’
10. Dat staat haaks op wat de getuige zelf zegt, namelijk dat zij een en ander zou hebben gezien vanaf haar positie achter de draaitafel. Dat is +/- vijfentwintig meter vanaf de deur. Eerder zegt zij dat het gaat om tien meter vanaf de deur. Bij het afleggen van haar tweede verklaring hebben verbalisanten haar naar mijn oordeel een handje geholpen en de afstand opgemeten. Die hulp bij het opfrissen van het geheugen zou men eigenlijk geverbaliseerd moeten hebben.
11. De verklaring in combinatie met de foto’s is suggestief door de foto te nemen met de deuren open.
12. De verklaring van [betrokkene 1] kan alleen maar betekenen dat de deuren dicht waren. In de deur zit namelijk een smalle ruit. Ik verwijs ook naar de verklaring van getuige [getuige 2]. Wanneer die deur dicht is is er niet in het rookhok te kijken vanuit het café.
13. Uit de verklaringen blijkt ook dat het bijzonder druk was. [getuige 1] (bladzijde 30-35), [getuige 2] (bladzijde 60-65) en dat er veel mensen stonden/zaten in de ruimte tussen de positie van [getuige 1] en de deur naar het toilet.
14. Conclusie: er was geen vrij zicht derhalve.
(…)
16. Ik heb grote twijfels met betrekking tot de juistheid en dus bruikbaarheid van de verklaring van [getuige 1].
(…)
23. Zoals gezegd zijn delen uit de tenlastelegging naar ons oordeel niet bewezen. Wel is er sprake van een mishandeling over een weer doch dat is naar ons oordeel geen poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Daarvoor is onvoldoende bewijs.”