De klacht heeft betrekking op hetgeen onder 10 is bewezenverklaard. Het hof heeft de bewezenverklaring van dat feit doen steunen op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van voetnoten):
“Uit de peilbakengegevens van de auto van verdachte en de daarin opgenomen OVC gesprekken volgt dat de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] vrijwel dagelijks contact hadden. Zij reden daarbij overdag, ‘s avonds en ook frequent in de nachtelijke uren in de auto van verdachte rondjes door diverse woonwijken van Soest. Niet gebleken is dat men op weg was naar een kennelijke eindbestemming in de betreffende woonwijk. Na enige tijd reed men de woonwijk weer uit.
Tijdens deze ritten werd gesproken over inbraken, over de woningen waar men langs reed en sprak men over de informatie van diverse woningen waarover men beschikte.
Zo besprak men onder andere het volgende.
Op 23 juni 2015 reden beiden de Dalweg te Soest op en neer. Verdachte zei daarbij: “Kijk ee man, die huizen, deze zijn zo naar binnen, deze ook mooi. We gaan gewoon er op man. Ramen gooien en snel weg. Maar als je een kluis tegen komt in de middag is het een probleem. Of je moet de kluis meenemen en dan gewoon ergens in de bosjes gooien, later in het donker ophalen.”
Op 24 juni 2015 reden beiden twee uur lang door Soest. Ter hoogte van de Schoutenkampweg/Braamweg zei verdachte: “Deze is gewoon makkelijk hé? Oldie hé”.
Ter hoogte van de Foekenlaan/Gentiaanlaan zegt verdachte “Wat gaan we doen? dag ff wachten, moetje in de middag ff rijden, ik weet niet wat voor man en vrouw daar wonen”. Tijdens de rit werd ook gesproken over “een goede slag slaan, het pakken van spullen en alles met de motor doen”.
Op 25 juni 2015 zei verdachte tegen [medeverdachte] : “Ik wil gewoon heel Soest leegroven, tot de grond tot het niet meer kan.
Op 26 juni 2015 te 01.48 uur reden beiden in de omgeving Schoutenkampweg/ Oude Utrechtseweg te Soest. Daarbij werd gezegd: “Heb je spullen? Heb je handschoenen? Ja we gaan. We lopen rustig. Auto is te gevaarlijk. Wat gaan we doen? Nu erin? Wil je gelijk gaan? Beter. Gaan we rustig lopen, toch? Ja. rustig lopen.”
Op 28 juni 2015 reden beiden meerdere keren door Soest. Verdachte en [medeverdachte] bespraken een tip die [medeverdachte] had gekregen: “Je hebt tip gekregen toch? Ja, waar ook al weer Koninginnelaan? Nee. Waar dan? Wanneer gaan hun weg dan? Ze gaan de sleutel geven. Waar is de kluis dan? Wanneer weg dan? Weet niet man vaak op zakenreis, vrouw gewoon. Vervolgens maakten zij plannen om de sleutel bij te laten maken. Door de wijk rijdend bespraken zij woningen. “Kijk deze, alli ja of nee”. Verdachte: “Als je inbreker bent moet je elke dag in de gaten houden. Dat is mijn leven”. Peters: “Ja en wat denk je dat ik doen dan?” Rijdend op de Èriceweg zei verdachte: “Kijk hier woont een oldie, deze, één oldie woont daar”. Rijdend op de Koninginnelaan/Korte Hartweg zei verdachte: “Deze?” [medeverdachte] zei: “Deze makkelijk, binnen 20 seconden. Je moet deze allemaal in de gaten houden, zijn twee weken op vakantie. Verdachte zegt dat ze deze allemaal kunnen pakken. Op 6 juli 2015 rijdend door Soest bespraken verdachte en [medeverdachte] meerdere inbraken. Er werd gesproken over gordijnen die al enige tijd dicht zitten bij een woning. Welke auto’s voor welk huis staan en informatie over de woningen waar zij langs reden en de staat er van.
Op 7 juli 2015 rijdend door Soest werd door verdachte en [medeverdachte] gesproken over woning, open ramen en een garage waar je naar binnen kunt. Verdachte vroeg aan [medeverdachte] of ze wat gaan doen vanavond. [medeverdachte] zei: “Ga naar binnen daar”.
Op 12 juli 2015 rijdend door Soest werd door verdachte en [medeverdachte] gesproken over “twee osso’s klaren” (twee inbraken plegen). “Bij deze woning is hek open, mensen zijn d’r af’. Op 19 juli 2015 rijdend door Soest werd door verdachte tegen [medeverdachte] gezegd: “Hier bij 4a”. “Vanaf woensdag zijn ze op vakantie naar Alanya”. “Ik hou dat huis boven de expert in de gaten”. Op het einde zegt verdachte tegen [medeverdachte] : “Gaan we nu op?”. [medeverdachte] antwoord: “Ja”
Op 22 juli 2015 tussen 23:51 uur en 01:22 uur rijdend over de Vondellaan te Soest zei verdachte: “alle 2”. [medeverdachte] zei daarop: “Hele dag zo, geen enkele beweging”. Later die nacht reden zij nogmaals langs de Vondellaan. Die nacht vond een inbraak plaats op de [h-straat 1] te Soest.
Op 13 juli 2015 zei [medeverdachte] tegen verdachte: “Als de oppakken he. Ik ga jou zeggen, luister naar mij als je zo wordt geklemd zeg geen woord. Iets ja, maar dat was ik wel, omdat dat was wel of dat was ik niet of ja ik heet wel zo, of [...] zeg niets. Praat alleen met advocaat tot dat.... als hun jou komen verhoren en nada”.
Op 10 juli 2015 zat verdachte met een onbekende persoon in de auto. Verdachte zei dat hij erg ervaren was. Hij zei: “Snap je wat ik bedoel. Gewoon gekke team.” NN zei: “We hebben nu goeie team.” Verdachte bevestigde dit. NN zei: “We observeren hele dag. Wij geven tip.” Verdachte zei: “... bellen dan gaat die erin.”
Op 26 juli 2015 zaten verdachte, [medeverdachte] en een derde persoon in de auto. Verdachte zei tegen de derde persoon: “Ik ben de zoeker, hij is de breker.”
Ik kan het ook, rnaaruhhhh, iedereen heeft zijn eigen taak, snap je.”