Conclusie
‘medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd’,
‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’en
‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’tot een gevangenisstraf van negentwintig maanden met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro. Voorts heeft het hof respectievelijk de onttrekking aan het verkeer bevolen en de teruggave gelast van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen als in het arrest genoemd. Tot slot heeft het hof de schadevergoedingen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als in het arrest omschreven.
eerste middelklaagt dat ’s hofs verwerping van het namens de verdachte gevoerde bewijsverweer, te weten dat de verdachte ten tijde van de schietpartij niet in de bus zat, in het licht van zijn overwegingen ten aanzien van de getuige [getuige 1] , onbegrijpelijk is, althans onvoldoende met redenen is omkleed.
bij pleidooi zal reageren.
“zwaarwegende betekenis”te hechten aan het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van de niet ter terechtzitting afgelegde en de verdachte belastende verklaring van de getuige [getuige 1] . [getuige 1] heeft verklaard “
dat de verdachte één van de vier personen was die in de Volkswagen Transporter zat ten tijde van de schietpartij”
.Het middel klaagt dat ’s hofs oordeel hieromtrent niet begrijpelijk, althans ontoereikend is gemotiveerd, aangezien het hof ook (in strijd met die overweging) heeft vastgesteld dat die verklaring niet als
‘sole or decisive’bewijsmiddel heeft te gelden.
“zwaarwegende betekenis”aan de verklaring van [getuige 1] , impliceert dat die verklaring ook het enige of beslissende bewijsmiddel voor de aanwezigheid van de verdachte in de Volkswagen Transporter betreft. In het verlengde van deze veronderstelling had het hof zich daarom ook moeten uitlaten over de factoren die dit gebrek hadden moeten compenseren (zie stap (iii) in het hierboven geciteerde ‘driestappenplan’).
‘sole of decisive’) bewijsmiddel voor die aanwezigheid betreft. Integendeel, het hof heeft vastgesteld dat die verklaring
“in belangrijke mate steun (vindt) in de overige door het hof gebezigde bewijsmiddelen”. In zijn (uitgebreide) motivering hieromtrent doelt het hof daarbij onder andere op het in de Volkswagen Transporter op verschillende zaken aangetroffen DNA-materiaal van de verdachte en zijn medeverdachten, de in die bus aangetroffen hennepplanten en vuurwapen en de twee vuurwapens die in een kliko in de buurt van de Volkswagen Transporter zijn aangetroffen. ’s Hofs oordeel is derhalve toereikend en niet onbegrijpelijk gemotiveerd.
tweede middelklaagt dat de bewijsmotivering tekortschiet voor de bewezenverklaring van het medeplegen. Het middel klaagt dat uit de bewijsmiddelen niet blijkt dat (1) sprake is geweest van een vooropgezet plan waarbij een mogelijke vlucht was ingecalculeerd, noch (2) dat de verdachte (vooraf) heeft ingestemd met dit plan en/of voldoende nauw met zijn medeverdachten heeft samengewerkt om dit plan uit te voeren.
medeplegenvan enig delict vereist dat de daders bij het begaan daarvan nauw en bewust hebben samengewerkt. De bewezenverklaring van medeplegen verlangt dat de – intellectuele en/of materiële – bijdrage van de verdachte aan het delict van voldoende gewicht is. De vraag of aan deze eis is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De toetsing in cassatie wordt sterk gekleurd door de precieze bewijsvoering van de feitenrechter, waaronder begrepen een eventuele op het medeplegen toegesneden nadere motivering. [8]