ECLI:NL:PHR:2018:511
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verstoring van de openbare orde door schelden na sluitingstijd uitgaansgelegenheid
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 2.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 Amsterdam, omdat hij op 29 december 2014 op het Koningsplein in Amsterdam de openbare orde had verstoord door luidkeels scheldwoorden te roepen. Het hof motiveerde dat het gedrag van de verdachte, ondanks het rumoerige uitgaanspubliek na sluitingstijd, als ordeverstoring moest worden aangemerkt omdat zijn geschreeuw leidde tot een oploop van publiek en hij het bevel van de verbalisanten om zich te gedragen negeerde.
De advocaat van de verdachte stelde in cassatie dat het gedrag geen ordeverstoring opleverde omdat geluid en lawaai na sluitingstijd normaal zijn, maar de Advocaat-Generaal stelde dat het hof de juiste uitleg had gegeven aan het begrip ordeverstoring en het oordeel voldoende had gemotiveerd. De Hoge Raad volgde dit advies en verwierp het cassatieberoep.
De zaak benadrukt dat het begrip verstoring van de openbare orde moet worden beoordeeld aan de hand van de normale gang van zaken op de specifieke plaats en tijd, en dat het negeren van aanwijzingen van de politie en het veroorzaken van een oploop voldoende is voor een veroordeling wegens ordeverstoring.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens verstoring van de openbare orde blijft in stand.