ECLI:NL:PHR:2018:534
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad
Verzoeker heeft op 6 maart 2018 een cassatieverzoekschrift ingediend tegen het arrest van het hof Amsterdam van eind februari 2018, waarin het vonnis van de rechtbank Noord-Holland werd bekrachtigd dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afwees.
Het cassatieverzoekschrift was ondertekend door een advocaat die niet bij de Hoge Raad is geregistreerd. De griffie van de Hoge Raad heeft verzoeker hierop gewezen en een herstelmogelijkheid geboden door binnen twee weken alsnog een door een cassatieadvocaat ondertekend verzoekschrift in te dienen.
Verzoeker heeft deze herstelmogelijkheid niet benut. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 426a lid 1 Rv, wat leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Deze lijn volgt vaste rechtspraak over de hersteloptie bij het ontbreken van de vereiste handtekening.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard vanwege ontbreken handtekening advocaat bij Hoge Raad en niet tijdig herstel.