ECLI:NL:HR:2017:2558

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 oktober 2017
Publicatiedatum
5 oktober 2017
Zaaknummer
17/03390
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 426a lid 1 RvArt. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat

In deze zaak heeft verzoekster, handelend onder de naam A, beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland. Het cassatieverzoekschrift, ingediend op 12 juli 2017, voldeed niet aan de vereisten van artikel 426a lid 1 Rv omdat het niet was ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad wees erop dat dit verzuim hersteld kan worden door het verzoekschrift binnen twee weken na ontvangst opnieuw in te dienen, maar dan wel ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Verzoekster heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Daarom verklaarde de Hoge Raad verzoekster niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep. Verweerster heeft geen verweerschrift ingediend. De beslissing werd genomen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Polak en Tanja-van den Broek, waarbij laatstgenoemde de beschikking in het openbaar uitsprak op 6 oktober 2017.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens ontbreken handtekening advocaat en niet benutten hersteltermijn.

Uitspraak

6 oktober 2017
Eerste Kamer
17/03390
EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster] ,
handelende onder de naam [A] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [plaats], België,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/17/152680/HA RK 16-87 van de rechtbank Noord-Nederland van 13 april 2017.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoekster] in haar cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 12 juli 2017 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad.
Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [verzoekster] in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar cassatieberoep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
6 oktober 2017.