Conclusie
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, nu uit de gebezigde bewijsmiddelen noch uit de gebezigde bewijsoverweging kan volgen dat verdachte op 5 maart 2013 ook na 18:50 uur door middel van een valse sleutel geldbedragen heeft weggenomen. Blijkens de toelichting op het middel had het hof de procesopstelling van verdachte (zijn zwijgen) niet mogen betrekken bij de bewijsvoering.
tweede middelklaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden, nu tussen het instellen van cassatie en het insturen van het dossier naar de griffie van de Hoge Raad te veel tijd is verstreken.