ECLI:NL:HR:2003:AF1924
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest en terugwijzing wegens handel met voorwetenschap in effecten Nedlloyd
De verdachte werd in hoger beroep door het Hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van overtreding van artikel 31a van de Wet toezicht effectenverkeer door op 29 november 1995 putopties Nedlloyd te kopen en te verkopen met voorkennis van niet-openbare financiële informatie. De verdachte en zijn medeverdachte handelden op basis van informatie over tegenvallende kwartaalcijfers en ernstige onregelmatigheden bij een dochteronderneming van Nedlloyd in Oostenrijk, die pas na hun transacties openbaar werd.
Het Hof achtte bewezen dat verdachte en medeverdachte beschikten over deze niet-openbare informatie en dat zij daardoor voordeel behaalden. De verdediging voerde aan dat het Hof de bewijslast onjuist had toegepast en dat de motivering van de bewezenverklaring onvoldoende was, met name over de mate van kennis van de verdachte.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte en medeverdachte voorkennis hadden, maar dat de motivering omtrent de kennis van alle in de tenlastelegging genoemde bijzonderheden onvoldoende is. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. Tevens is de redelijke termijn overschreden, wat bij strafoplegging in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.