Conclusie
Toerekenbare tekortkoming?
2.Bespreking van het cassatiemiddel
door handelen van[verweerder] en van dergelijke (lees: causaal veroorzaakte) schade is alleen bij enkele niet-doorbetaling nog geen sprake, omdat dan in beginsel [betrokkene 1] schade lijdt en dit geldt a fortiori nu [eiseres] heeft gefourneerd in de wetenschap dat zij dit alleen onder de voorwaarde van verkoop door [betrokkene 1] van grond en een woning in Irak retour zou krijgen;
doorhet niet doorbetalen aan [betrokkene 1] , dus dat er causaal verband is tussen dit niet doorbetalen door [verweerder] en het niet terugbetalen aan [eiseres] , is echter niet gesteld of gebleken;
omdatniet blijkt van causaal verband tussen het niet doorgeven door [verweerder] van de gefourneerde gelden aan [betrokkene 1] en het uiteindelijk niet terugbetalen aan [eiseres] door [betrokkene 1] (al dan niet via [verweerder] ). Toch is dat de consequentie van de door het hof gegeven redenering in rov. 6.14. Dat zingt te veel los van het vertrekpunt in deze zaak: als niet is doorbetaald conform deze opdracht, moet dat geld uiteindelijk terug naar [eiseres] , ook al is niet zeker dat bij wel doorbetalen het geld uiteindelijk terug zou zijn gekomen. Wat het hof in wezen doet, is op die laatste eventualiteit de hele vordering van [eiseres] laten stranden. Ik heb daar moeite mee.
subonderdeel 1.2met de rechts- en motiveringsklacht over dit “geen-schade-oordeel” in rov. 6.15, indien het stoelt op de redenering uit rov. 6.14 dat (a) van schade voor [eiseres] niet meteen sprake is indien [verweerder] de voor [betrokkene 1] bestemde gelden zelf gehouden heeft; (b) dat het dan immers in beginsel [betrokkene 1] is die schade lijdt; en (c) dat dit temeer geldt omdat [eiseres] zelf gesteld heeft dat zij wist dat zij de gelden slechts onder de voorwaarde van verkoop van de grond en woning in Irak terug zou krijgen. Uit deze oordelen kan gelet op subonderdeel 1.1 niet volgen dat [eiseres] geen schade geleden zou hebben, aldus deze klacht.
geen schadeheeft geleden, maar zo valt dat oordeel volgens mij niet te lezen, zoals ik hiervoor heb aangegeven. Het is geen “geen schade”-oordeel, maar een causaliteitsoordeel: “geen schade
veroorzaakt door handelen van [verweerder]”. Het hof mist causaal verband tussen het (eventuele) niet doorbetalen van het door [eiseres] gefourneerde geld door [verweerder] aan [betrokkene 1] en het niet terugbetalen door [betrokkene 1] (al dan niet via [verweerder] ) aan (uiteindelijk) [eiseres] . Dat dat geen houdbare zaak lijkt, liet ik al doorschemeren en zullen we zo nader onder ogen zien bij de tweede klacht uit subonderdeel 2.1, maar er is geen sprake van miskenning van de begrippen (vermogens)schade als betoogd in de klachten van dit eerste onderdeel, die zodoende feitelijke grondslag missen.
aansprakelijkis voor schade
ten gevolge van een onrechtmatige daadvan [verweerder] . Het oordeel ventileert geen onjuiste visie op het begrip onrechtmatige daad uit art. 6:162 lid 2 BW Pro, zoals de klacht ingang wil doen vinden, zodat dit feitelijke grondslag mist.
onderdeel 4, die geen zelfstandige betekenis heeft.