ECLI:NL:HR:2002:AE4390
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bewijslast bij vordering tot betaling uit nalatenschap Singapore
Eiseres vordert betaling van US$ 280.000 van verweerder, stellende dat verweerder haar moeder heeft opgelicht en gelden uit een nalatenschap in Singapore heeft verduisterd. Verweerder ontkent dit en stelt dat hij namens de moeder en andere erfgenamen een overeenkomst heeft gesloten waarbij hij een deel als commissie heeft betaald en een deel aan de moeder heeft voldaan.
De rechtbank wees de vordering toe en liet partijen bewijs leveren over de ontvangst en doorbetaling van gelden. Het hof vernietigde dit vonnis en bepaalde dat eiseres de bewijslast droeg voor het niet doorbetalen van een bedrag van US$ 150.000 en het ontvangen van een extra bedrag van US$ 100.000 door verweerder.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuiste rechtsopvattingen heeft gehanteerd omtrent de bewijslastverdeling. Volgens art. 177 Rv Pro rust de bewijslast op verweerder om te bewijzen dat hij het ontvangen bedrag aan de moeder heeft doorbetaald. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het anders oordeelde en daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.