Conclusie
middelklaagt dat het hof in strijd met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM Pro de verklaring die de verdachte op 13 mei 2016 bij de politie heeft afgelegd zonder dat hij voorafgaand aan het verhoor in de gelegenheid was gesteld om zijn voorkeursadvocaat te raadplegen bij de bewijsvoering van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft betrokken.
Rechtsbijstand politieverhoor
Policijska uprava Primorsko-goranska, Treća policijska postaja Rijeka; hereinafter “Rijeka Police Station”).
in ieder gevalvoorafgaand aan het eerste verhoor en waar van toepassing voor de inverzekeringstelling wijzen op zijn recht op verhoorbijstand’. [6] Beide verplichtingen zijn nageleefd. [7] De piketcentrales zorgden er volgens de Aanwijzing in A- en B-zaken voor ‘dat raadslieden worden opgeroepen om consultatiebijstand te verlenen’. Inzake de gekozen raadsman merkte de Aanwijzing op: ‘Als de verdachte in A- en B-zaken consultatiebijstand wil ontvangen van een gekozen en door hemzelf betaalde raadsman, meldt de politie dat aan die raadsman. De politie kan dat slechts doen als de verdachte over voldoende gegevens beschikt om die raadsman te kunnen bereiken. Als de gekozen raadsman niet direct bereikt kan worden of deze aangeeft niet binnen twee uur op het politiebureau te kunnen zijn, doet de politie vervolgens direct een melding aan de piketcentrale.’ Niet duidelijk is of zich in casu de situatie voordeed dat de verdachte de zelf gekozen raadsman ook zelf wilde betalen. [8] De raadsman heeft dat noch in eerste aanleg, noch in hoger beroep, noch in cassatie gesteld. Er is ook noch in feitelijke aanleg noch in cassatie over geklaagd dat de Aanwijzing niet zou zijn nageleefd. Desalniettemin heeft de politie, zo heeft het hof vastgesteld, bij de piketcentrale gemeld dat de verdachte zijn voorkeursadvocaat wilde consulteren. [9] Daarmee is de verdachte in de onderhavige strafzaak meer tegemoet gekomen dan de nationale regeling voorschreef.