Conclusie
middelbehelst de klacht dat het hof de benadeelde partij [betrokkene 1] ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in haar vordering voor zover deze de vergoeding van materiële schade betreft. Volgens de steller van het middel is het oordeel van het hof dat de vordering van de benadeelde partij op deze punten een onevenredige belasting van het strafproces vormt onvoldoende gemotiveerd.