ECLI:NL:HR:2012:BU7349
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op noodweerexces en niet-ontvankelijkheid benadeelde partij in schadevordering
In deze strafzaak is verdachte veroordeeld voor het opzettelijk doden van een persoon en het schieten op een ander met een pistool, waarbij het voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Verdachte voerde in hoger beroep een beroep op noodweer en noodweerexces aan, stellende dat hij handelde ter verdediging van een vriend die in een gevecht was verwikkeld. Het hof verwierp dit beroep, stellende dat het gericht schieten met een pistool een buitenproportionele reactie was en dat geen hevige gemoedsbeweging aannemelijk was die noodzakelijk is voor noodweerexces.
Daarnaast heeft het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. De advocaat-generaal had voorgesteld dit deel van het arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep van verdachte en bevestigt het oordeel van het hof.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en dat het oordeel niet onbegrijpelijk is. De verklaring van verdachte dat hij wachtte met schieten totdat het slachtoffer 'goed stond' ondersteunt het oordeel dat sprake was van berekening en niet van een hevige gemoedsbeweging. Ook de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij is volgens de Hoge Raad juist toegepast op grond van artikel 361, derde lid, Sv.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 20 maart 2012 en bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van verdachte en de procedurele afwijzing van de schadevordering van de benadeelde partij.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte en de niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in haar schadevordering.