ECLI:NL:PHR:2018:745
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het bestanddeel 'openlijk' in artikel 141 Sr bij openlijke geweldpleging in besloten feestzaal
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd vrijgesproken van openlijke geweldpleging in een besloten feestzaal. Het hof oordeelde dat de feestzaal geen voor het publiek toegankelijke plaats was en dat het geweld niet zichtbaar was vanaf de openbare weg, waardoor het bestanddeel 'openlijk' niet was vervuld.
De advocaat-generaal stelde dat het hof een te beperkte uitleg van 'openlijk' had gegeven, die te sterk was gericht op de plaats en zichtbaarheid van het geweld. In de conclusie wordt uitgebreid ingegaan op de jurisprudentie en literatuur over de invulling van 'openlijk' in artikel 141 Sr Pro, waarbij wordt benadrukt dat het geweld zich onverholen en niet-heimelijk moet openbaren jegens derden buiten de kring van daders en slachtoffers.
De conclusie stelt dat het hof onvoldoende heeft meegewogen dat ook in besloten situaties openlijke geweldpleging kan plaatsvinden wanneer het geweld onverholen is en derden daardoor wordt geschoffeerd. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting, waarbij een bredere uitleg van 'openlijk' moet worden toegepast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens te beperkte uitleg van 'openlijk' in artikel 141 Sr.