ECLI:NL:RBROT:2025:7163
Rechtbank Rotterdam
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beperkte kennisneming op grond van artikel 8:29 Awb inzake legesaanslag omgevingsvergunning
Verweerder legde een legesaanslag op voor een omgevingsvergunning en stelde bezwaar- en beroepsprocedures in. Tijdens de procedure verzocht verweerder op grond van artikel 8:29 Awb Pro om beperkte kennisneming van bepaalde stukken vanwege bedrijfsgevoelige informatie. De rechter-commissaris beoordeelde dit verzoek en concludeerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er gewichtige redenen waren voor geheimhouding.
De rechter-commissaris stelde vast dat de stukken, waaronder een verweerschrift met aantallen vergunningaanvragen en diverse bijlagen, grotendeels al aan eiser waren verstrekt of ter inzage lagen. De bewering dat het om bedrijfsgevoelige informatie ging, werd niet nader onderbouwd. Ook het beroep op auteursrecht maakte de stukken niet automatisch vertrouwelijk in de zin van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechter-commissaris oordeelde dat het belang van transparantie en het gelijkelijk beschikken over relevante informatie zwaarder woog dan het belang van verweerder bij geheimhouding. Daarom werd het verzoek tot beperkte kennisneming afgewezen en werd verweerder opgedragen de betreffende stukken volledig digitaal in het geding te brengen zodat eiser hierop kan reageren.
Tegen deze beslissing kan alleen hoger beroep worden ingesteld tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het verzoek tot beperkte kennisneming van stukken is afgewezen en verweerder moet de stukken volledig digitaal in het geding brengen.