Conclusie
eerste middelklaagt dat de inbeslagneming van verdachtes telefoon onrechtmatig is geweest.
NJ2017/229 m.nt. Kooijmans heeft de Hoge Raad overwogen:
tweede middelklaagt dat het hof de verwerping van het beroep op bewijsuitsluiting althans strafvermindering vanwege een vormverzuim ondeugdelijk heeft gemotiveerd.
derde middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 3 niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. De kritiek richt zich met name op de interpretatie door het hof van een chatgesprek dat op een inbeslaggenomen gsm is aangetroffen.
vierde middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 4 niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het richt zich op het bewijs van het medeplegen. Uit de WhatsApp gesprekken zou blijken dat verdachte alleen een woning naar binnen is gegaan waar anderen net voor hem hadden ingebroken.
vijfde middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 5 niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Hooguit kan uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat met de door verdachte gebruikte telefoon ten tijde van de inbraak is gefilmd. Maar die omstandigheid, gecombineerd met het beroep op het zwijgrecht, is onvoldoende voor een veroordeling.
zesde middelkeert zich tegen de veroordeling voor feit 7. Niet zou uit de gebezigde bewijsmiddelen zijn af te leiden dat er sprake was van diefstal in vereniging.
zevende middelklaagt over de strafmotivering. Aan verdachte is een deels onvoorwaardelijke jeugddetentie opgelegd maar deze is volgens de steller van het middel onvoldoende gemotiveerd.
achtste middelklaagt dat de motivering van de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen iPhone van verdachte tekortschiet.