ECLI:NL:HR:2017:229

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
15 februari 2017
Zaaknummer
15/02916
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 359a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens medeplegen poging tot doodslag ondanks verwerping cassatieverweer

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag. Het incident betrof het steken van het slachtoffer met messen in de rug en borst.

De verdediging stelde onder meer dat het ontbreken van een confrontatie tussen verdachte en het slachtoffer (f)osloconfrontatie een schending van het recht op een eerlijk proces betekende, en voerde een bewijsklacht aan met betrekking tot het voorwaardelijk opzet op de doodslag. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen en de veroordeling van het hof gehandhaafd.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter, met de raadsheren Buruma en van den Brink, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 14 februari 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen poging tot doodslag blijft in stand.

Uitspraak

14 februari 2017
Strafkamer
nr. S 15/02916
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 mei 2015, nummer 22/004554-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2017.