Conclusie
2.Bespreking van het cassatieberoep
Provide fair and competitive compensation which is commensurate with the job or task at hand”;
Om marktconform te blijven betalen ... de arbeidsmarkt toeslagen en bonussen alleen maar (zijn) verhoogd” en waaruit volgens [eiser] blijkt dat de bonussen als vast, althans structureel van aard onderdeel van de beloning van medewerkers als [eiser] beschouwd moeten worden en om die reden ten behoeve van een grotere groep medewerkers onderdeel hebben uitgemaakt van het salaris waarover de stimuleringspremie (vertrekpremie) berekend is;
De bestuurder garandeert dat de discretionaire bonus over 2007 (...) wordt uitgekeerd”
.
Bonussen zijn een structureel onderdeel van de beloning van medewerkers”.
provide fair and competitive compensation which is commensurate with the job or task at hand” zoals opgenomen in artikel 5 van Pro het HRPS, meebrengt dat de bank in het geval van [eiser] niet mocht handelen zoals zij heeft gedaan bij de (niet-)toekenning van bonussen aan [eiser]. Volgens [eiser] blijkt uit de door hem ontdekte stukken dat RBS geen discretionaire bevoegdheid had bij het toekennen van bonussen. Het hof kan [eiser] hierin niet volgen. Dat voor het toekennen van een bonus “in essentie (binnen de HRPS) voldoende is dat het werk gedaan is”, zoals [eiser] stelt (inleidende dagvaarding onder 16 b), kan het hof uit de meerbedoelde zinsnede niet opmaken, noch dat RBS in een individueel geval geen rekening zou mogen houden met individuele prestaties en functioneren. Ook uit de overige onder 3 genoemde stukken volgt, zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet dat de bonus waarop [eiser] aanspraak kon maken, onafhankelijk was van de vraag of winst was gemaakt en van het individuele functioneren. Ten slotte blijkt uit die stukken evenmin dat de omvang van de bonuspool niet jaarlijks eenzijdig door de bank zou (mogen) worden vastgesteld. Aldus valt niet in te zien hoe de thans door [eiser] ingebrachte stukken tot een andere uitkomst van de eerdere procedure zouden hebben kunnen leiden.
berusten op’ het gestelde bedrog of de valsheid van stukken. Met betrekking tot de herroepingsgrond van het achterhouden van stukken door de wederpartij bepaalt art. 382 onder Pro c Rv dat de stukken ‘
van beslissende aard’ moeten zijn geweest; m.a.w. het moeten stukken zijn die, als ze wel zouden zijn overgelegd, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid [18] .
berustde uitspraak waarvan herroeping wordt gevorderd niet op het gestelde bedrog, of zijn de achtergehouden stukken niet van
beslissende aard.