ECLI:NL:PHR:2018:935

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2018
Publicatiedatum
5 september 2018
Zaaknummer
16/05626
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 116 lid 2 SvArt. 116 lid 3 SvArt. 552a SvArt. 552d lid 2 Sv
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep curator tegen beschikking klaagschrift pandhouder inzake beslag op auto's

In deze zaak gaat het om het beslag op 137 personenauto's, een camper en een Maserati die onder een BV waren genomen in een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen. De pandhouder van de auto's diende een klaagschrift in tot teruggave van de auto's, waarop de rechtbank deels gegrond en deels ongegrond verklaarde. De curator van de failliete BV stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking.

De Hoge Raad bekeek of de curator als belanghebbende ontvankelijk was in het cassatieberoep. Op grond van artikel 552d lid 2 Sv is cassatieberoep open voor het Openbaar Ministerie en de klager (hier de pandhouder). De Hoge Raad heeft ook geoordeeld dat een rechthebbende derde die mededeling heeft ontvangen van het OM over teruggave, cassatieberoep kan instellen. De curator voldeed echter niet aan deze criteria en kon daarom niet als klager worden aangemerkt.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van de curator niet-ontvankelijk. De rechtbank had geoordeeld dat het beslag gegrond was omdat de BV als verdachte van witwassen was aangemerkt en dat het niet onwaarschijnlijk was dat de strafrechter verbeurdverklaring zou bevelen. De teruggave van de Maserati aan de pandhouder werd wel gelast.

Deze uitspraak bevestigt de beperkte ontvankelijkheid voor cassatieberoep bij beschikkingen op klaagschriften ex art. 552a Sv en verduidelijkt de positie van curatoren in faillissementen ten aanzien van beslagprocedures.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de curator wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Conclusie

Nr. 16/05626 B
Zitting: 3 juli 2018
Mr. T.N.B.M. Spronken
Conclusie inzake:
[klager]
De rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft bij beschikking van 26 oktober 2016 het klaagschrift van [betrokkene 2] ex art. 552a Sv, strekkende tot teruggave aan [betrokkene 2] van 137 personenauto’s, een camper en een auto van het merk Maserati deels gegrond en deels ongegrond verklaard.
Tegen bovengenoemde beschikking is cassatieberoep ingesteld namens de belanghebbende [klager], thans klager in cassatie, en heeft mr. C.P. Wesselink-van Dijk, advocaat te Den Haag, twee middelen van cassatie voorgesteld.
Er bestaat samenhang met de zaak 16/05542. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.

4.Overzicht van de feiten

4.1.
Het gaat in onderhavige zaak om het volgende:
i. Op 10 mei 2016 zijn 137 personenauto’s in beslag genomen onder [A] BV (hierna: [A] ), welk bedrijf zich bezig hield met handel in- en reparatie van auto’s. Het beslag werd gelegd in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek naar [betrokkene 1], de bestuurder en grootaandeelhouder van [A] .
ii. [betrokkene 1] werd verdacht van grootschalige hennepteelt en witwassen van de daarmee gemaakte opbrengsten. In dat kader is [A] eveneens aangemerkt als verdachte van witwassen.
iii. Op 8 juni 2016 is door [betrokkene 2], die stelt een pandrecht te hebben op de inbeslaggenomen auto’s vanwege een leen- en huurovereenkomst met [A] , een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend tegen de inbeslagneming en tegen het uitblijven van een last tot teruggave van de 137 auto’s.
iv. Op 15 juni 2016 is [A] in staat van faillissement verklaard en is de klager, [klager], tot curator benoemd.
v. Op 14 juli 2016 zijn door het openbaar ministerie onder [betrokkene 2] een camper en een auto van het merk Maserati in beslag genomen.
vi. Op 26 augustus 2016 heeft [betrokkene 2] het klaagschrift aangevuld met een subsidiair verzoek de teruggave te gelasten van de in beslag genomen 137 auto’s aan de klager, de curator van [A] , en dat zal worden gelast de camper en de Maserati aan [betrokkene 2] terug te geven.
vii. [klager] is in de door [betrokkene 2] aanhangig gemaakte beklagprocedure in raadkamer op 12 oktober 2016 door de rechtbank Overijssel in zijn hoedanigheid van curator van [A] als belanghebbende gehoord en hij heeft bij die gelegenheid ter zitting een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend tegen de inbeslagneming en om een last tot teruggave verzocht van de 137 auto’s aan de failliete boedel. Bij diezelfde gelegenheid heeft de klager eveneens mondeling om een last tot teruggave van de camper en de Maserati aan de boedel van [A] verzocht.
viii. De rechtbank heeft op het klaagschrift van [betrokkene 2] (rekestnummer 16/578) en op het klaagschrift van de klager (rekestnummer 16/937) afzonderlijk beschikt.
ix. De rechtbank heeft in beide beschikkingen vastgesteld dat het beslag van de 137 personenauto’s, de camper en de Maserati gegrond is op art. 94 Sv Pro en dat [A] als verdachte is aangemerkt in verband met witwassen. In het licht daarvan heeft zij – kort gezegd – geoordeeld dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen 137 personenauto’s en de camper zal bevelen omdat deze tot de handelsvoorraad van [A] behoren. Het klaagschrift van de klager, [klager], is dus ongegrond verklaard. In de onderhavige zaak heeft de rechtbank de teruggave van de Maserati aan [betrokkene 2] bevolen en diens klaagschrift voor het overige ongegrond verklaard.

5.Ontvankelijkheid cassatieberoep

5.1.
Het cassatieberoep van de klager richt zich tegen de beschikking die de rechtbank heeft gegeven op het klaagschrift van [betrokkene 2] (rekestnummer 16/578). Dat roept de vraag op of de klager in dit cassatieberoep kan worden ontvangen.
5.2.
Op grond van art. 552d lid 2 Sv staat tegen beschikkingen ex art. 552a Sv cassatieberoep open voor het OM en voor de klager (in casu [betrokkene 2]). In aanvulling hierop heeft de Hoge Raad geoordeeld dat ook aan de rechthebbende derde, aan wie de officier van justitie ingevolge art. 116 lid 2 onder Pro a Sv in verbinding met art. 116 lid 3 Sv Pro mededeling doet van zijn voornemen tot teruggave, het recht toekomt beroep in cassatie in te stellen tegen een beschikking waarin de rechtbank heeft beslist de teruggave aan een ander te gelasten. [1] Datzelfde geldt in het geval dat het inbeslaggenomen voorwerp door het openbaar ministerie is teruggegeven aan een derde zonder de beslagene van dit voornemen in kennis te stellen overeenkomstig art. 116 lid 3 Sv Pro. [2]
5.3.
Nu de klager in cassatie, wat betreft de beschikking van de rechtbank die is gegeven naar aanleiding van het klaagschrift van [betrokkene 2], niet als klager kan worden aangemerkt en er evenmin sprake is geweest van een beslissing van de officier van justitie ingevolge art. 116 lid 2 onder Pro a Sv, kan de klager niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen. [3]
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk zal verklaren.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 3 december 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0589, NJ 1997/387; HR 10 december 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE9223.
2.HR 30 januari 1996, ECLI:NL:HR:1996:AD2480, NJ 1996/526, m.nt. Schalken; HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ1656.
3.Zie R. Kuiper, ‘552a-beklag tegen 94(a)beslag’, Strafblad 2008/11, p. 110.