Voetnoten
1.Inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
2.De rechtbank Den Haag.
4.Het hof Den Haag.
6.De staatssecretaris van Financiën.
7.Wet inkomstenbelasting 2001.
8.Art. 3.81 Wet IB 2001.
9.Zie r.o. 2.1 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
10.Wet op de loonbelasting 1964.
11.Merk op dat de tekst van art. 10, lid 1 Wet LB 1964 per 2011 is aangevuld tot: “Loon is al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking.” Deze wijziging hangt samen met de invoering van de werkkostenregeling en heeft geen belang voor de onderhavige procedure.
12.Art. 10, lid 2 Wet LB 1964: “Tot het loon behoren aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.”
13.Art. 11, lid 1, onderdeel g, onder 1 Wet LB 1964 (tekst 2005).
14.Art. 11, lid 1, onderdeel g, onder 2 Wet LB 1964 (tekst 2005).
15.Art. 10, lid 4 Wet LB 1964 (tekst 2005): “Tot het loon behoren uitkeringen en verstrekkingen ingevolge een tot het loon behorende aanspraak voor zover de aanspraak in afwijking van hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald, bij de bepaling van de verschuldigde belasting niet als loon in aanmerking is genomen.”
16.Thans opgenomen in art. 13, lid 6 Wet LB 1964.
17.Art. V, onderdeel I van de wet van 18 december 2013 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2014),
18.Zie art. VI, onderdeel E, van de wijzigingswet.
19.Achtergrond en gevolgen van de wijzigingswet zijn besproken door C.A.H. Luijken, “In memoriam: de stamrechtvrijstelling”,
20.Dat in de onderhavige zaak sprake is van afkoop is niet in geschil. Zie r.o. 2.2 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
21.Deze tekst is per 2015 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 aangepast. Art. III, onderdeel D jo. art. XXIV, onder 6. van de wet van 3 december 2014 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014),
22.Vgl. C.A.H. Luijken,
23.De belastinggevolgen van een afkoop tot 2014 zijn weergegeven in onderdeel 0 van deze conclusie.
24.Art. XXIV, onder 6. van de wet van 3 december 2014 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014),
25.Art. V, onderdeel I van de wijzigingswet.
26.Art. III, onderdeel D van de wet van 3 december 2014 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2014),
30.Kamerstukken I 2013/14, 33 752, nr. D, p. 24.
31.Noot A-G: zie onderdeel 3.22 van deze conclusie.
33.Zie r.o. 2.3 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.1 van deze conclusie.
34.Zie r.o. 5.3 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.3 van deze conclusie.
35.Zie r.o. 5.4 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.3 van deze conclusie.
36.Zie onderdelen 3.7 tot en met 3.25 van deze conclusie.
37.R.E.C.M. Niessen,
38.Zie r.o. 5.3 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.3 van deze conclusie.
41.Ook de HR duidt art. 11c Wet LB 1964 (tekst 1996) als fictie. Zie HR 13 mei 2005, nr. 39 610, ECLI:NL:HR:2005:AR1683, 42.Art. 3.146, lid 2 Wet IB 2001 jo. art. 13a, lid 3 Wet LB 1964.
43.Art. 3.146, lid 3 Wet IB 2001.
44.Art. 2.3 Wet IB 2001: “De inkomstenbelasting wordt geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten […] belastbaar inkomen uit werk en woning […].”
45.Zie onderdelen 3.26 tot en met 3.31 van deze conclusie.
46.Waarbij ik enkele kleinere mutaties op de rekening-courant van een per saldo beperkt bedrag buiten beschouwing laat (zie onderdeel 2.1).
47.Zie onderdeel 3.2 van deze conclusie.
48.Zie r.o. 8 van de Rechtbank, zoals weergegeven in onderdeel 2.2 van deze conclusie.
49.Zie onderdelen 4.18 van deze conclusie.
50.Tenzij hier niet aan de orde zijnde bijzondere gevallen.
52.Zie r.o. 2.5 van het Hof, zoals weergegeven in onderdeel 2.3 van deze conclusie.