ECLI:NL:PHR:2019:1321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid informatiebeschikking ondanks beroep op evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende, een Antilliaanse N.V. werkzaam als trustkantoor, werd door de Inspecteur verzocht haar volledige administratie over de jaren 2010 tot en met 2015 te overleggen in het kader van een onderzoek naar mogelijke Nederlandse vennootschapsbelastingplicht. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant vernietigde deze informatiebeschikking wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat het verzoek te ruim was en de belangen van belanghebbende onvoldoende waren meegewogen.
Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigde het vonnis van de Rechtbank en oordeelde dat het verzoek binnen de reikwijdte van artikel 47 AWR Pro viel en niet disproportioneel was, mede omdat belanghebbende geen inzicht had gegeven in haar administratie, waardoor de Inspecteur niet kon beperken wat hij opvroeg. Het Hof verwierp ook het beroep op het verbod van détournement de pouvoir en het argument dat het verzoek zou leiden tot schending van de Curaçaose trustwetgeving.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het verzoek disproportioneel was en onvoldoende rekening hield met haar belangen, waaronder geheimhoudingsverplichtingen en mogelijke commerciële schade. De Procureur-Generaal concludeerde dat het aan belanghebbende was om gemotiveerd aan te tonen waarom het verzoek disproportioneel was, hetgeen niet was gebeurd. De Hoge Raad bevestigde dat de Inspecteur zich op basis van redelijke aanwijzingen tot het verzoek kon wenden en dat het evenredigheidsbeginsel een ruime beoordelingsvrijheid aan het bestuur laat. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikking wordt bevestigd.