Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
of het gedeelte van een perceel(curs. A-G) dat bij de belastingschuldige – voor welk doel dan ook – in gebruik is en waarover hij onafhankelijk van anderen de – feitelijke – beschikking heeft. Bovendien kan er, aldus artikel 22.1 van de Leidraad, sprake zijn van een gemeenschappelijke bodem als een perceel bij meer dan een natuurlijke en/of rechtspersoon in gebruik is.
Volgens
subonderdeel 1bis het oordeel van het hof dat de in rov. 2.7 genoemde feiten voldoende zijn om aan te nemen dat het gehele pand feitelijk in gebruik was bij [eiseres] , daarnaast onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd omdat, samengevat, het feit dat [betrokkene 1] gedurende die enkele uren per week de andere kamers in het pand, die niet op slot zijn, ook zou kunnen betreden niet maakt dat het gehele pand dan feitelijk door [A] wordt gebruikt.
onderdeel 3.
Grief 8:33. Ten onrechte oordeelt de eerste rechter in punt 4.8 dat [eiseres] niet heeft bewezen dat zij de reële eigendom heeft van alle goederen.
(prod 7).Het betreft een gecontroleerde jaarrekening.
(prod 8).(…).
Ad Grief 8
Alvorens zijn oordeel op deze grond te baseren, had het hof partijen in de gelegenheid moeten stellen zich hierover uit te laten. Voor zover het onderdeel klaagt dat het hof buiten de rechtsstrijd van partijen is getreden en een verrassingsbeslissing heeft gegeven, slaagt het mitsdien.