Conclusie
eerste middelbevat de klacht dat het verzoek van de verdediging [getuige 1] als getuige te horen ten onrechte is afgewezen, althans dat deze afwijzing ontoereikend is gemotiveerd.
Het tweede en het derde middelrichten zich tegen de bewijsvoering van het onder 1 bewezen verklaarde. Daarom geef ik hierna eerst de bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen weer, zoals opgenomen in het door het hof bevestigde vonnis van de rechtbank.
lijsten (p. 6-287)
tweede middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed, aangezien de bewijsvoering de mogelijkheid openlaat dat de vermenging van de gestolen goederen met de persoonlijke spullen van de verdachte buiten de verdachte om heeft plaatsgevonden, terwijl die mogelijkheid strijdig is met de bewezenverklaring.
derde middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van het medeplegen van een gewoonte maken van opzetheling niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. In de toelichting op het middel wordt betoogd dat uit de bewijsvoering niet volgt dat sprake was van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en een ander.