ECLI:NL:PHR:2019:193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt machtiging voortgezet verblijf wegens schending hoor en wederhoor en bevestigt ondertekening geneeskundige verklaring door geneesheer-directeur
In deze zaak ging het om een verzoek tot machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. De geneeskundige verklaring was opgesteld door een niet-behandelend psychiater en ondertekend door de geneesheer-directeur. Betrokkene stelde dat ook de psychiater mede moest ondertekenen en klaagde over schending van het hoor en wederhoor.
De rechtbank verleende de machtiging, stellende dat de wet alleen de handtekening van de geneesheer-directeur vereist. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden door een brief van de geneesheer-directeur niet aan betrokkene en zijn advocaat ter kennis te brengen en hen niet in de gelegenheid te stellen daarop te reageren.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat op grond van art. 16 lid 1 Wet Pro Bopz enkel de handtekening van de geneesheer-directeur vereist is, die daarmee instemt met en verantwoordelijkheid draagt voor de verklaring. Medeondertekening door de psychiater die het onderzoek verricht is niet verplicht. De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank Gelderland.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens schending van hoor en wederhoor en bevestigt dat alleen de geneesheer-directeur de geneeskundige verklaring hoeft te ondertekenen.