Conclusie
tweede middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte bij de beraadslaging acht heeft geslagen op een geschrift, te weten een uittreksel uit de justitiële documentatie van [betrokkene 1] , en de inhoud daarvan in de bewijsvoering tegen de verdachte heeft gebruikt, zonder dat de inhoud van dit stuk ter zitting is voorgelezen, dan wel de korte inhoud ervan is medegedeeld.
derde middelbevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 1, voor zover inhoudende dat de verdachte geldbedragen heeft verworven en voorhanden gehad en overgedragen terwijl hij wist dat die geldbedragen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, niet naar de eis van de wet met redenen is omkleed.
vierde middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.