Conclusie
1.Feiten en procesverloop
AG] vervolgens meervoudig worden gewezen.”
2.Bespreking van het cassatiemiddel
doel aldus in een zwaardere bezetting een nader en diepgaand onderzoek mogelijk te maken” [1] . Daardoor heeft de rechtbank art. 8 lid 1 Wet Pro Bopz geschonden. Indien de rechtbank van oordeel is geweest dat bij verwijzing van de zaak naar de meervoudige kamer een tweede verhoor van betrokkene (en zijn advocaat) ten overstaan van de voltallige kamer onder de gegeven omstandigheden in zijn algemeenheid niet meer hoeft plaats te vinden, getuigt dat oordeel dan ook van een onjuiste rechtsopvatting. Ook in gevallen als het onderhavige brengt immers het recht te worden gehoord ten overstaan van de rechter die de zaak beschikt (als bedoeld in art. 8 Wet Pro Bopz) met zich dat een beschikking alleen dan mag worden gegeven als de mondelinge behandeling van de zaak ten overstaan van alle rechters heeft plaatsgevonden, om te waarborgen dat het verhandelde ter zitting daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van hun beslissing. [2] Dat is niet anders ingeval de verwijzende rechter betrokkene al heeft gehoord. Indien de rechtbank van oordeel is geweest dat in gevallen als het onderhavige steeds en zonder meer van een tweede verhoor van betrokkene kan (en mag) worden afgezien als daarvoor volgens de rechtbank gronden bestaan, getuigt dit oordeel eveneens van een onjuiste rechtsopvatting. Naar het oordeel van de Hoge Raad heeft het immers in deze gevallen in het algemeen de voorkeur dat bij verwijzing naar een meervoudige kamer het (tweede) verhoor van betrokkene plaatsvindt ten overstaan van de voltallige kamer, en dat daarvan uitsluitend kan worden afgeweken als (voldoende) aannemelijk is dat het tweede verhoor door de voltallige kamer door de betrokkene als bedreigend zal (kunnen) worden ervaren. [3]
in accordance with a procedure prescribed by law”tot de verlening van een voorwaardelijke machtiging ten behoeve van (mogelijke) “
lawful detention of persons of unsound mind” in de zin van art. 5 lid 1 sub e en Pro lid 4 EVRM.
opnieuwte horen. [8] Dit opnieuw horen kan onder omstandigheden echter plaatsvinden door een door de meervoudige kamer uit hun midden aangewezen rechter-commissaris (vgl. art. 15 lid 4 Rv Pro.). Dit kan ook de rechter zijn die eerder naar de meervoudige kamer had verwezen, en daar vervolgens ook zelf deel van uitmaakt. Ofschoon het in het algemeen de voorkeur verdient dat bij verwijzing van de zaak naar een meervoudige kamer het (tweede) verhoor van de betrokkene plaatsvindt ten overstaan van de voltallige kamer, kan er grond zijn om hiervan af te wijken, met name indien aannemelijk is dat een verhoor door de voltallige kamer door de betrokkene als bedreigend zal worden ervaren. [9]
[…]/Staat), ECLI:NL:HR:2014:3076 is – in een zaak met een in de loop van de behandeling van de zaak gedefungeerde rechter – onder meer geoordeeld dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling, behoudens bijzondere omstandigheden, behoort te worden gegeven door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, teneinde te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegenomen bij de totstandkoming van die beslissing (hierna aangeduid als: de regel van het arrest van 2014, of: de hoofdregel). Daarbij is erop gewezen dat deze regel in de afgelopen decennia aan betekenis heeft gewonnen door het toegenomen gewicht van de mondelinge behandeling, en dat mondelinge interactie tussen partijen en de rechter ter zitting van wezenlijke invloed kan zijn op de oordeelsvorming van de rechter, en niet altijd volledig in een proces-verbaal kan worden weergegeven, nog daargelaten dat het opmaken van een proces-verbaal niet in alle gevallen wettelijk is voorgeschreven. Aan het belang dat de op een mondelinge behandeling volgende uitspraak wordt gewezen door de rechter(s) ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zal echter niet onder alle omstandigheden kunnen worden tegemoet gekomen, bijvoorbeeld in geval van defungeren, overlijden of langdurig ziek worden. Het voorgaande brengt mee dat indien tussen de mondelinge behandeling en de daaropvolgende uitspraak vervanging van een of meer rechters noodzakelijk blijkt, partijen, alsmede – in verzoekschriftprocedures – belanghebbenden, daarover voorafgaand aan die uitspraak worden ingelicht, onder opgave van reden(en) voor de vervanging en de beoogde uitspraakdatum. Elk van de bij de mondelinge behandeling verschenen partijen en belanghebbenden zal in dat geval een nadere mondelinge behandeling mogen verzoeken ten overstaan van de rechter(s) door wie de uitspraak zal worden gewezen. Dit verzoek mag in geen geval worden afgewezen indien niet een proces-verbaal van de eerdere mondelinge behandeling is opgemaakt en uiterlijk tegelijk met de hiervoor bedoelde mededeling aan partijen en belanghebbenden ter beschikking is gesteld. Anders is onvoldoende gewaarborgd dat hetgeen ter zitting is voorgevallen, wordt meegewogen bij de totstandkoming van de uitspraak. Is van die mondelinge behandeling wel (tijdig) een proces-verbaal opgemaakt en aan partijen en belanghebbenden ter beschikking gesteld, dan kan de rechter het verzoek afwijzen in het belang van een voortvarende procesvoering. Hij dient in dat geval in de – alsdan zonder nadere mondelinge behandeling volgende – uitspraak te motiveren waarom dit belang in de gegeven omstandigheden zwaarder weegt dan het belang van verzoeker om zijn standpunt te mogen uiteenzetten ten overstaan van de rechters die over de zaak zullen oordelen. [10]
verwijzingvan een zaak van de enkelvoudige kamer naar de meervoudige kamer plaatsvindt na een mondelinge behandeling waarin partijen in de gelegenheid zijn gesteld hun stellingen toe te lichten en die voorafgaat aan de eerstvolgende uitspraak, dient van de verwijzing mededeling aan partijen te worden gedaan. Aan partijen dient gelegenheid te worden gegeven om te verzoeken dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Voor het doen van dit verzoek kan een termijn worden gesteld. Voor afwijzing van dit verzoek gelden – kort gezegd – de nadere regels uit het arrest van 2014: dat mag alleen indien een proces-verbaal van de eerdere mondelinge behandeling is opgemaakt en uiterlijk tegelijk met de hiervoor bedoelde mededeling aan partijen en belanghebbenden ter beschikking is gesteld, en in het belang van een voortvarende procesvoering, over welk laatste aspect in de – alsdan zonder nadere mondelinge behandeling volgende – uitspraak een motivering moet worden opgenomen.
inlichtingvan partijen of de (schriftelijke of elektronische)
mededelingaan partijen
van de rechterswisseling(onder opgave van reden(en) van vervanging en beoogde uitspraakdatum) of
van de mondelinge behandeling ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissarisin een meervoudig te beslissen zaak, waarna partijen (en belanghebbenden) een nadere mondelinge behandeling
mogen verzoekenof zij daartoe
de gelegenheid hebben; (ii) de uitspraken van 2017 spreken van eenzelfde
mededelingaan partijen
van de mondelinge behandeling ten overstaan van een rechter-commissaris of raadsheer-commissarisof
van de verwijzing, waarna aan partijen evenwel de
gelegenheid dient te worden gegevenom te verzoeken dat de mondelinge behandeling (of een nieuwe mondelinge behandeling) zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen, terwijl (iii) de uitspraken van 2018 er (nog explicieter) melding van maken dat bij afwijking van de hoofdregel (schriftelijk of elektronisch) aan partijen (ook) moet worden
meegedeelddàt partijen gelegenheid hebbenom te verzoeken dat de comparitie zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen.
medegedeelddat partijen dientengevolge kunnen verzoeken om een (nieuwe) mondelinge behandeling ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Dit lijkt des te meer het geval te zijn, omdat de Hoge Raad in een van de uitspraken van 2018 (de eerstgenoemde) is afgeweken van de conclusie van A-G De Bock. Zij merkte op dat in de uitspraken van 2017 aan partijen niet voorafgaand aan de mondelinge behandeling was meegedeeld
dat de mondelinge behandeling zou plaatsvinden ten overstaan van een raadsheer-commissaris(en partijen daarmee evenmin hadden ingestemd), maar dat dit in de zaak waarover zij concludeert anders ligt. In die zaak was niet alleen in een voorafgaand tussenarrest vermeld dat de comparitie zal dienen plaats te vinden ten overstaan van een met name genoemde en daartoe benoemde raadsheer-commissaris, maar was dat ook uit een aan de comparitie voorafgaande oproepingsbrief op te maken, zodat
bekendwas dat deze mondelinge behandeling enkelvoudig zou geschieden. Zij achtte het niet noodzakelijk dat daarin ook de mogelijkheid zou worden geboden om te verzoeken dat de comparitie zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen, mede in het licht dat partijen – anders dan in de zaken uit 2017 – na de comparitie alsnog om pleidooi ten overstaan van de meervoudige kamer hadden kunnen verzoeken, maar dat niet is gebeurd. Zoals reeds vermeld is de Hoge Raad haar in die opvatting niet gevolgd, en oordeelde hij dat ook de (onbenutte) mogelijkheid van een verzoek om pleidooi daaraan niet afdoet.
opnieuwdient te worden gehoord. Dat is hier niet gebeurd, nu het horen in het onderhavige geval alleen heeft plaatsgevonden in het kader van de enkelvoudige behandeling, tijdens welke behandeling is geconcludeerd dat verwijzing gezien de complexiteit van de zaak op zijn plaats was.
met namewordt genoemd is de situatie waarin aannemelijk is dat een verhoor door de voltallige kamer door de betrokkene als bedreigend zal worden ervaren. Dat leek dan ook aan de orde te zijn in de zaak waarover de betreffende uitspraak [15] gaat: nadat in eerste instantie enkelvoudig was gehoord, waarna naar een meervoudige kamer was verwezen, heeft hier (inderdaad) opnieuw een (poging tot) verhoor door de meervoudige kamer plaatsgevonden, waarbij betrokkene zelf echter niet aanwezig was (wel zijn raadsvrouw), omdat hij volgens de ook aanwezige arts zo prikkelbaar was dat zich ieder moment een escalatie kon voordoen. Daarop heeft de meervoudige kamer besloten verzoeker te doen horen door een daartoe aangewezen rechter-commissaris uit haar midden (de verwijzend rechter). Het lijkt hier dan ook te gaan om uitzonderingen voor situaties waarin er een zekere
noodzaakbestaat om niet meervoudig te horen, een noodzaak die dit meervoudig horen onmogelijk of onwenselijk maakt. Van een dergelijke situatie blijkt in het nu voorliggende geval echter niets. Betrokkene (met zijn raadsvrouw) was blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling en de daarop volgende beschikking vóór verwijzing reeds op succes- en zinvolle wijze door de enkelvoudig behandelend rechter gehoord. Van een reden om niet meervoudig te horen blijkt ook niets uit proces-verbaal of beschikking, zodat in cassatie van het ontbreken daarvan moet worden uitgegaan.
expliciet) gelegenheid moet worden gegeven om te verzoeken dat een mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen (althans voor zover het betreft de op de mondelinge behandeling en verwijzing eerstvolgende uitspraak). Afwijzing van een dergelijk verzoek is alleen mogelijk indien een proces-verbaal is opgemaakt dat tegelijk met deze mededeling aan partijen ter beschikking is gesteld, en in het belang van een voortvarende procesvoering. Die afwijzing moet gemotiveerd in de uitspraak worden opgenomen.
meervoudig [zal] worden gewezen”, maar
nietvan de gelegenheid (mogelijkheid) die de bij de mondelinge behandeling verschenen betrokkene heeft om te verzoeken dat alsnog een mondelinge behandeling zal worden gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen. Ook blijkt niet van instemming van betrokkene met slechts een enkelvoudig verhoor. Nu de beschikking in kwestie en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling hierover niets vermelden, moet er in cassatie van worden uitgegaan dat laatstbedoelde mededeling in de voorliggende zaak niet is gedaan. Voor de behandeling van Bopz zaken bestaat voorts geen specifiek procesreglement waarin is geregeld dat partijen kunnen verzoeken dat de mondelinge behandeling wordt gehouden ten overstaan van de meervoudige kamer die de beslissing zal nemen.
voorafgaandaan de uitspraak
schriftelijk of elektronischgedaan, maar slechts mondeling. Zij biedt daarmee al met al slechts weinig ruimte om gebruik te maken van de gelegenheid om te verzoeken om een mondelinge behandeling ten overstaan van de voltallige meervoudige kamer die de beslissing zal nemen, zeker nu dat in dit geval – bij het ontbreken van het wijzen op die mogelijkheid door de rechter – geheel op eigen initiatief moest gebeuren. Overigens verdient hierbij nog opmerking dat de officier van justitie (zoals gebruikelijk) niet op de mondelinge behandeling aanwezig was.
vaststeltdat betrokkene niet bereid is zich te doen horen. Op hem rust daarbij een zekere onderzoeksplicht. [16] Als een verwijzing naar een meervoudige kamer plaatsvindt – die in het algemeen tot doel heeft in een zwaardere bezetting een nader en diepgaand onderzoek mogelijk te maken, in casu “
gezien de complexiteit van de zaak” – geldt dit alles evenzeer voor de voltallige meervoudige kamer, óók als reeds een enkelvoudig verhoor heeft plaatsgevonden. Er lijkt in dat licht niet veel reden om de algemene procesrechtelijke regels voor de meervoudige mondelinge behandeling – die tot doel hebben te waarborgen dat het op de mondelinge behandeling verhandelde, dat van wezenlijke invloed kan zijn op de oordeelsvorming van de rechter, daadwerkelijk wordt meegenomen bij de totstandkoming van die beslissing – hier minder streng toe te passen.